Het spiegelbronnenmodel
Een geluidgolf breidt zich vanuit een geluidbron
bolvormig uit. Het effect kan zichtbaar worden gemaakt door een steen in een
vijver te gooien. Wanneer de golf een obstakel treft wordt de golf
gereflecteerd. In de vijver reflecteert de golf tegen de oever waardoor er een golf
in tegengestelde richting begint te lopen. In het filmpje wordt dat
geïllustreerd.
Het hier getoonde geluid representeert een "puls".
Dat wil zeggen dat iemand aan de linkerzijde van het beeld één keer in de
handen klapt of een alarmpistool afschiet. Bij een meer continu signaal
(spraak bijvoorbeeld) blijven er ter plaatse van de bron steeds nieuwe
geluidgolven ontstaan.
Rechts in het plaatje staat een waarnemer. Daar komen dus
twee pulsen langs. De eerste puls komt van het "directe geluid", de tweede puls
via "reflectie tegen de wand".
Vanuit de waarnemer gezien werkt de wand als een spiegel
waarin de bron wordt weerkaatst. Dat heeft in de akoestiek geleid tot de
ontwikkeling van een buitengewoon vruchtbaar model: het spiegelbronnenmodel. Een
voorbeeld staat in figuur 1.
Figuur 1: Bij reflectie tegen een wand kan een
spiegelbron worden geconstrueerd.
Het model is vergelijkbaar met een optisch model
waarbij een lichtbron voor een spiegel staat. De analogie gaat echter in één
opzicht mank. In de optica zijn spiegels (op menselijke schaal) altijd vele
malen groter dan de golflengte van het licht. In de akoestiek variëren de
golflengten van 17 m bij 20 Hz tot 17 mm bij 20 kHz. De afmetingen van
bijvoorbeeld een geluidreflecterend tafelblad van 1 m ligt daar tussenin. We
mogen het spiegelbronnenmodel alleen toepassen indien de golflengte kleiner
is dan ruwweg eenderde van die afmeting, dus bij het tafelblad boven ca.
1000 Hz. In een ruimte met grotere afmetingen is die frekwentie lager. Voor
een beschrijving van het laagfrekwente gedrag moet dan eigenlijk naar een
model met staande golven worden gegrepen, maar dat valt buiten het bestek
van deze webpagina’s. In het boek van Kuttruff wordt een adequate
beschrijving gegeven [[1]].
De afstand tot een spiegelbron is altijd langer dan
de directe lijn tussen bron en waarnemer. Figuur 2 geeft een voorbeeld
waarin de afstanden van direct en gespiegeld geluid 14 en 30 m zijn.
Aangezien de snelheid van het geluid gelijk is aan ca. 340 m/s, zijn de
bijbehorende looptijden gelijk aan 0.04 en 0.09 s.
Figuur 2: De loopweg vanaf een spiegelbron
(groen) is altijd langer dan van het directe geluid (rood). Het geluid van
een pulsvormig signaal arriveert dus in volorde van afgelegde weg.
De rechter figuur 2 geeft een zogenaamde
“pulsresponsie” [[2]].
In de akoestische meettechniek wordt ter plaatse van de geluidbron een
alarmpistool afgeschoten of een ballon doorgeprikt. Het geluid via de
directe weg doet er in het voorbeeld 0.04 s over; de pulsvormige reflectie
arriveert na 0.09 s. Omdat de afgelegde weg voor de groene straal langer is,
treedt nog een tweede effect op: de groene puls heeft een kleinere amplitude
en klinkt dus zachter. Als het tijdverschil tussen de twee pulsen groot
genoeg is horen we een puls plus een echo [[3]];
in het voorbeeld (0.05 s verschil) zijn geoefende oren nodig. Bij nog
kleinere tijdverschillen zorgt de traagheid van oren plus hersenen voor een
samensmelting van de twee pulsen [[4]].
De amplitude van de groene puls is kleiner doordat
de afgelegde weg langer is. Op een tweede effect waarbij tijdens de
reflectie energie verloren gaat (dus geen geluidabsorptie), komen we nog
uitgebreid terug.
Figuur 3 geeft een voorbeeld van twee wanden die
loodrecht op elkaar staan. Er kunnen nu drie (en niet meer) spiegelbronnen
worden geconstrueerd. In de figuur zijn twee stralen te construeren die
eenmaal reflecteren tegen een wand, maar één straal reflecteert tegen beide
wanden. Er ontstaat een zogenaamde “meervoudige reflectie”.
Figuur 3: Het aantal spiegelbronnen bij een
loodrechte hoek bedraagt drie.
Figuur 4: Een situatie met twee evenwijdige
wanden. Er zijn drie spiegelbronnen getekend, maar het eigenlijke aantal is
oneindig groot. Ook het aantal stralengangen is daardoor oneindig groot,
maar er is er slechts één getekend.
In de rechter figuur staat de pulsresponsie. Getekend
zijn de pulsen die binnen een halve seconde binnenkomen.
Indien geluidbron en mikrofoon precies midden tussen
de wanden staan, komen er telkens twee reflecties gelijktijdig aan bij de
mikrofoon. In de tekening staat de mikrofoon wat uit het midden waardoor de
ene zijde net wat vroeger is en er telkens “tweeling-pulsen” optreden.
Het aantal spiegelbronnen wordt oneindig groot in de
situatie van figuur 4 met twee evenwijdige wanden. Het aantal mogelijk
stralen wordt dus ook oneindig en er ontstaat een wirwar van stralen waarvan
maar één stralengang getekend is. In de pulsresponsie zijn wel alle stralen
getekend.
In de linkerzijde van figuur 5 staat een gesloten
ruimte getekend met één directe straal en twee reflecties. In werkelijkheid
is het aantal spiegelbronnen en stralen ook hier oneindig groot. Dat is
vooral te zien aan de pulsresponsie (rechterzijde). De amplitude neemt weer
af door de toenemende afstand, maar het meest opvallend is dat de dichtheid
van de pulsen steeds groter wordt naarmate de tijd vordert.
Figuur 5: De stralengang in een ruimte. Als
voorbeeld zijn er slechts drie getekend. Het aantal mogelijkheden is echter
oneindig. Bij de reflectie tegen een wand wordt nog verondersteld dat geen
geluidenergie verloeren gaat.