1. Het principe
Als een geluidstraal invalt op een oppervlak treedt
absorptie, transmissie en reflectie op. Figuur 1 is al eerder getoond bij de
uitleg over absorptie.

Figuur 1: Bij de reflectie wordt de totale energie verdeeld
over transmissie door het materiaal, absorptie in het materiaal en reflectie.
De reflectie is in alle voorgaande gevallen steeds
voorgesteld als "spiegelend", dus de hoek van inval is gelijk aan de
hoek van reflectie. Dat mag echter alleen als het oppervlak akoestisch vlak is.
Als het oppervlak ruw is kunnen er ook andere reflectiehoeken optreden. Dat
wordt geïllustreerd in figuur 2. We zullen nog terugkomen op de vraag wat
"glad" en "ruw" precies betekenen.

Figuur 2: Bij ruwe oppervlakken vindt men ook reflectiehoeken
die ongelijk zijn aan de hoek van inval. Bij pure verstrooiing is de totale
energie in alle rode pijlen tezamen gelijk aan de energie in de groene pijl.
Bij pure verstrooiing nemen we aan dat de totaal
gereflecteerde energie gelijk is aan de invallende energie. Indien dat niet het
geval is noemen we het verlies aan energie weer "absorptie" en ontstaat
dus een combinatie van verstrooiing en absorptie.
Figuur 2 geeft een voorstelling die men in veel
leerboeken kan tegenkomen, maar een andere, en eigenlijk wat nettere manier is om
verstrooiing voor te stellen met behulp van een invallende vlakke golf. Bij
puur spiegelende oppervlakken is ook de gereflecteerde golf weer vlak, maar bij
afwijkende vormen treden deelreflecties op; figuur 3 geeft een voorbeeld van
spiegeling door een driehoek. Bij ruwe oppervlakken, bestaande uit een conglomeraat van
willekeurig driehoeken ontstaat uiteraard een grillig reflectiepatroon.

Figuur 3: Een vlakke golf (blauw) valt op een
driehoekige "spiegel" (ook blauw). Als we geluid als licht
voorstellen ontstaat achter de spiegel een schaduwzone. In de zones B en C
loopt de vlakke lichtgolf ongehinderd door (in rood). In zone A lopen twee
vlakke golven, één die doorloopt (zoals in zone B) en
één via spiegeling [[1]]. Als we de
vlakke golf afkomstig denken van de zon, zien we in zone A dus twee
lichtbronnen tegelijk.
2. "Vlakke" en "ruwe" oppervlakken; de
invloed van de frekwentie
Wanneer kunnen we een oppervlak "vlak" dan wel
"ruw" noemen? Het antwoord hangt sterk af van de frekwentie van het
geluid. Bij lage frekwenties is de golflengte groot en zullen oppervlakken
meestal glad zijn. Zelfs een houten lattenplafond acteert dan als vlakke
spiegel. Maar wanneer de golflengte klein is, dus bij hoge frekwenties, kan zelfs
de nerf in het hout al een rol spelen. Daartoe moet ook de golflengte in de
orde van een paar millimeter zijn en, zoals uit tabel 1 blijkt, treedt dat op
vanaf 10 kHz.
Tabel 1: De verhouding tussen golflengte en
frekwentie van het geluid zijn omgekeerd evenredig. Het product wordt gegeven
door de geluidsnelheid (ca. 340 m/s).
|
golflengte [m]
|
17
|
6.8
|
3.4
|
1.7
|
0.68
|
0.34
|
0.17
|
0.068
|
0.034
|
0.017
|
|
frekwentie [Hz]
|
20
|
50
|
100
|
200
|
500
|
1 k
|
2 k
|
5 k
|
10 k
|
20 k
|
De eerder gegeven figuur 3 is getekend bij hoge
frekwenties, dus bij kleine golflengten. Dat is ongeveer zoals wij licht zien
in spiegelende wanden die groter zijn dan een paar millimeter.
In de akoestiek kan de verhouding tussen de afmetingen
van een verstrooiend element en de golflengte iedere waarde aannemen. Schaduwzones,
zoals in figuur 3 bestaan wel degelijk, maar ze zijn nooit diep, want via buiging
van geluid is er altijd wat geluid hoorbaar en hoe lager de frekwentie des te
meer geluidenergie erin doordringt [[2]].
Figuur 4 geeft links een voorbeeld van een vlakke golf
die invalt op een verstrooier met verschoven deelvlakken. Rechts staat in rood
een reflectie die vrijwel spiegelend is. Die treedt dus op als de golflengte
veel kleiner is dan de breedte van de deelvlakken. Als die bijvoorbeeld 68 cm
zijn, mogen we de rode reflectie veronderstellen voor golflengten kleiner dan
6.8 cm, dus voor frekwenties hoger dan 5 kHz. De blauwe reflectielijn treedt op
als de golflengte in de buurt van de afmetingen ligt, dus bij 500 Hz. Voor een
frekwentie van 50 Hz is alle detail verloren en komt er gewoon weer een vlakke
golf terug van het oppervlak (niet getekend).
|
|
|
Figuur 4: Bij reflectie van een vlakke golf bepaalt
de frekwentie het patroon van de gereflecteerde golf. De rode reflectie treedt
op bij hoge frekwenties als de golflengte veel kleiner is dan de afmetingen van
de verstrooier. Het blauwe patroon treedt op indien afmetingen en golflengte
van dezelfde orde van grootte zijn. Vlakke reflectie bij lage frekwenties is
niet getekend.
3. Waarom verstrooiing?
Verstrooiing wordt in de akoestiek vaak bewust toegepast
om de klankkwaliteit van een ruimte te verbeteren, met name in concertzalen,
studio's e.d, Maar ook bijvoorbeeld in een sportzaal kan het de akoestiek
verbeteren. Er zijn een paar negatieve effecten die ermee worden bestreden.
3.1 Staande golven tussen
evenwijdige wanden
Tussen twee evenwijdige vlakken ontstaan staande golven
indien er precies een half aantal golflengten tussen past; de bekende knopen en
buiken. De knopen en buiken van een continue sinustoon in de buurt van 1000 Hz (een
halve golflengte bedraagt 17 cm) zijn dan al hoorbaar door met het hoofd te
bewegen. In een concertzaal geven dit soort effecten aanleiding tot
"kleuring" waarbij sommige tonen sterker aanwezig zijn dan andere.
Kleuring wordt in de akoestiek van concertzalen als negatief beschouwd. Indien
de evenwijdige vlakken zijn "opgeruwd" blijven de staande golven
(afhankelijk van de ruwheid) meestal wel bestaan, maar de verschillen in
amplitude tussen knopen en buiken worden veel minder sterk en de hoorbaarheid
neemt af.
3.2 Echo
Eco's worden vooral bij muziek als schadelijk beschouwd voor
de muziekbeleving. Verder kunnen echo's, van een achterwand bijvoorbeeld, de
uitvoerend muzikant of een spreker in de war brengen. Een echo kan dan worden
bestreden door de desbetreffende wand absorberend te maken of verstrooiend.
Indien energie-afname gewenst is, komt absorptie in aanmerking, maar dan daalt
de nagalmtijd. Dat kan in een muziekzaal ongewenst zijn en dan komt
verstrooiing in aanmerking.
3.3 Flutterecho's
Indien een pulsvormig geluid wordt geproduceerd (een tik
op een trommel bijvoorbeeld) kan een puls tussen twee evenwijdige wanden
meerdere malen heen en weer reflecteren. Er ontstaat dan een ratelend geluid
dat "flutterecho" wordt genoemd. Flutterecho's kunnen op dezelfde
manier worden aangepakt als enkelvoudige echo's.
4. Scheve wanden, helpt dat ook?
Als de wanden van een concertzaal niet-evenwijdig worden
gezet, wordt hetzelfde effect bereikt in de strijd tegen staande golven en
flutters. Toch noemen we dat geen verstrooiing. Figuur 5 geeft links een
voorbeeld van een zgn. fan-shaped zaal.
Figuur 5: Een fan-shaped zaal (links) heeft geen last
van staande golven en/of flutters. Er kleven echter wat problemen aan, waardoor
men voor concertzalen liever niet teveel afwijkt van de schoenendoos (rechts)
waarbij de wanden verstrooiend zijn gemaakt, bijvoorbeeld met een
zig-zag-patroon.
Ontwerpers van concertzalen zijn bang van concertzalen
met een fan-shape. Akoestische grootheden als nagalmtijd, clarity, e.d, zijn in
een fan-shape lastig te controleren. Er zijn ook voorbeelden van mislukte
concertzalen, waarbij de mislukking aan de vorm wordt toegeschreven. Men grijpt
daarom meestal liever terug op de schoenendoos met verstrooiende wanden (in de
rechter figuur) [[3]].
Als niet het uiterste wordt gevraagd van de klankkwaliteit van een zaal, heeft
een fan-shape wel degelijk wat voordelen. Daarom worden ze toegepast in
toneelzalen of zalen in een conferentiecentrum [[4]].
5. Onregelmatige galmverschijnselen
In sommige situaties is de verdeling van
absorptiematerialen in een ruimte nogal scheef verdeeld. In een sporthal
bijvoorbeeld of in een schoollokaal zouden we het liefst alle absorptie op het
plafond plakken, omdat het materiaal vaak wat te kwetsbaar is om op de wanden
te plakken. Probleem is dat er dan flutterecho's kunnen ontstaan tussen de
evenwijdige wanden en de gemeten nagalmtijd kan aanzienlijk langer zijn dan
verwacht op grond van de hoeveelheid absorptie. Figuur 6 geeft een voorbeeld
van een sporthal dat we ook in andere delen van de site zullen tegenkomen.
Verstrooiing, zoals in de onderste figuur helpt dan om de nagalmtijd te
verkorten. Het scheefzetten van de gehele wand (hier niet getekend) is eveneens
een probaat middel, maar overigens zelden toegepast.


Figuur 6: In een sportzaal ontbindt het galmveld
zich in componenten langs de drie dimensies. Dat kan zich uiten in
flutterecho's. Verstrooiing help om dit effect te bestrijden.
6. Typen verstrooiers
We zullen thans wat verschillende verstrooiers onder de
loep nemen. Het gaat dan om het type want een uitputtende lijst is ondoenlijk.
|

|
|
6.1 Spiegeling
Dit verschijnsel is uiteraard al vele malen ter sprake
gekomen. Het is de basis van een veelheid aan rekenmodellen die in de
akoestiek bestaan. Het vereist een vlakke wand.
|
|

|
|
6.2 Verbreding van de gereflecteerde straal
Bij een wat ruwere wand zal vooral een verbreding van
de gereflecteerde straal optreden.
|
|

|
|
6.3 Diffuse verstrooing
Indien de gereflecteerde energie voor alle hoeken
gelijk is, spreekt men van "diffuse" reflectie. In de optica
benadert een vel wit papier dit effect. Echter, puur diffuse verstrooiing
wordt eigenlijk nooit gevonden, noch in de optica, noch in de akoestiek. Het
is veel meer een model waarmee handig kan worden gerekend.
|
|

|
|
6.4 Lambert-verstrooing
Reflecties evenwijdig aan het oppervlak zullen in de
praktijk niet of nauwelijks voorkomen. De eerder genoemde diffuse
verstrooiing is dan onmogelijk. De "Lambert-verstrooiing" benadert
de werkelijkheid veel meer. De gereflecteerde stralen volgen een
cosinusregel, waardoor de energie in de stralen evenwijdig aan het oppervlak
tot nul nadert.
|
|

|
|
6.5 Spiegeling plus Lambert
Eén geval verdient behandeling omdat het nogal
eens gebruikt wordt in ray-tracing-programma's. Men wil dan eigenlijk
bovengenoemde voorkeursrichting (type 2) simuleren, maar dat kost te veel
rekentijd. Het is dan handiger om een combinatie te maken van pure spiegeling
en lambert-verstrooiing. Bij Catt Acoustic bijvoorbeeld betekent "20%
diffusie" dat 20% van de stralen via Lambert wordt verstrooid en 80%
spiegelend.
|
|

|
|
6.6 Roosters
Alle elementen van een rooster reflecteren afzonderlijk
geluid. Daarbij treden loopwegverschillen op, die weer leiden tot
faseverschillen. De reflectie aan een rooster vertoont daardoor enkele sterke
voorkeursrichtingen.
Roosterstructuren, bijvoorbeeld opgebouwd uit latten,
zijn tamelijk populair in de architectuur, maar de gemiddelde akoestisch
adviseur is er tamelijk huiverig voor, vooral omdat de richtingshoek van de
reflecties afhangt van de frekwentie, waardoor "kleuring" van het
geluid kan ontstaan[5].
|
|

|
|
6.7 Zig-zag-constructie
Panelen worden opzettelijk scheef gezet waardoor twee
reflectiepatronen door elkaar lopen. Het voordeel van dit soort constructies
is dat het reflectiepatroon via afmetingen (vaak in de orde van 10 cm tot een
paar meter) en hoek van scheefstand vrij nauwkeurig te beïnvloeden valt.
Dit is waarschijnlijk de meest gebruikte constructie in
de akoestiek om geluid te verstrooien en deze constructies zijn vrijwel
altijd te vinden in moderne concertzalen en studio's. Later zal worden
vermeld dat een al te diep reliëf ongewenst is. In de literatuur worden
hoeken van 15° genoemd, zonder
dat daar overigens veel wetenschappelijk bewijs voor is.
|
|

|
|
6.8 Verschoven vlakken
Delen van het vlak worden verdiept of juist naar voren
gehaald. In de tekening staan de reflecties zoals die kunnen worden
geconstrueerd. In figuur 4 is al aangegeven dat dat een hoogfrekwente
benadering is.
In concertzalen wordt dit type verstrooier met vrucht
toegepast. Maar deze vorm is ook interessant omdat die kan worden bereikt met
bijvoorbeeld verdiepte raampartijen in gevelconstructies. In bijvoorbeeld muziekscholen
wordt dit bewust toegepast.
|
|

|
|
6.9 Schroeder diffusor
Dit is een heel bijzondere vorm van een rooster. De
ongewenste voorkeursrichtingen van het rooster worden bestreden door een
patroon aan te brengen dat gebaseerd is op een digitale maximum-lengtereeks [[6]].
Er zijn twee varianten getekend, zonder en met tussenschotjes; beide typen
worden in de praktijk gebruikt. De gebruikelijke spatiëring tussen de
schotjes is in de orde van 10 cm.
Er zijn versies in twee en drie dimensies, maar de 2-D
versie komt in de praktijk veel vaker voor.
|
Naast de verstrooiende werking vertonen alle typen wel
enige geluidabsorptie. Immers, de ruwheid van het oppervlak veroorzaakt extra
wrijving. Schroeder diffusors hebben in dit opzicht niet zo'n beste naam. Daar
moet altijd rekening worden gehouden met wrijving in de openingen. Het
gecombineerde effect van absorptie en verstrooiing kan ook ten voordele worden
gebruikt, bijvoorbeeld op de achterwand van een toneelzaal.
7. Verstrooiing in concertzalen
7.1 Enige fotovoorbeelden
|

|

|
|
Foto: Stylos studievereniging
Bouwkunde, TU Delft
|
Foto en
Model: Bureau Peutz, Mook
|
|
Foto: Stylos studievereniging
Bouwkunde, TU Delft
|
Fotograaf
onbekend
|
|

|

|
Figuur 7: Enkele
voorbeelden van verstrooiende elementen in concertzalen.
Linksboven: het
Amsterdamse Concertgebouw. De verstrooiing wordt veroorzaakt door de kolommen
plus de ornamentiek. In het plafond zijn cassettes toegepast.
Rechtsboven: Een
schaalmodel (zie onder) van Theater de Spiegel in Zwolle. De kolommen worden
gebruikt als verstrooiers, maar let ook op het verstrooiende cassetteplafond en
de verstrooiende elementen op de borstweringen van de balkons.
Linksonder: de
Haitinkzaal van het Amsterdamse Conservatorium. De nissen aan de rechterwand en
de zig-zag-wand aan de linkerzijde (weer in de orde van een meter) zorgen voor
de meeste verstrooiing. De kolommen dragen daar ook enigszins aan bij.
Rechtsonder: de
Rotterdamse Doelen. Hier herkent men de zig-zag-constructies in de wanden, in
het plafond en aan de binnenzijde van de "kuip". De afmetingen zijn
in de orde van een meter.
7.2 Kan verstrooiing ook worden
overdreven?
Uit de voorgaande tekst zou kunnen worden opgemaakt dat
moet worden gestreefd naar maximale verstrooiing. Voor een sportzaal,
restaurant, winkel, e.d. is dat waarschijnlijk ook het geval, maar
wetenschappelijk bewijs is er eigenlijk alleen voor een sportzaal.
In een concertzaal (en misschien ook in een spreekzaal of
een klaslokaal?) kan het effect wel degelijk worden overdreven. Kirkegaard
noemt dat "diffusion confusion". In een congresbijdrage [[7]]
poneert hij de stelling dat bijvoorbeeld de akoestiek van Sydney Opera House en
Avery Fischer Hall (in Lincoln Center in New York) matig wordt gewaardeerd
vanwege een teveel aan verstrooiing. Daardoor is bronlokalisatie te moeilijk
voor de luisteraar en het geluid begint te "zwemmen". In Sydney Opera
House zijn in het oorspronkelijke ontwerp zig-zag-constructies toegepast die
zeer diep zijn (45°); de reflectie
via zo'n wand is dan niet meer hoorbaar. Als experiment zijn de constructies
(tijdelijk?) afgedekt met vlakke platen om na te gaan of de akoestiek van de
zaal daarvan opknapt. Zie Kirkegaard's foto's voor meer duidelijkheid.
8. Meer alledaagse verstrooiing
Concertzalen behoren tot de spektakelstukken van de
moderne akoestiek. Echter, ook in de dagelijkse praktijk van restaurants,
winkels, kantoren, e.d. speelt verstrooiing een belangrijke rol
In figuur 6 is een probleem geschetst dat optreedt in
sportzalen. Maar plafondabsorptie in combinatie met niet-absorberende wanden
komt in de praktijk zeer vaak voor. Ook in een restaurant, winkel, e.d. zou men
dus problemen mogen verwachten. Het grootste probleem in een sportzaal is echter
dat die altijd min of meer leeg is. De toevoeging van meubilair e.d. zorgt er
in andersoortige ruimten voor dat geluid wordt verstrooid. Het wordt dan o.a. omhoog
gestuurd naar het plafond, waardoor de effectiviteit van de plafondabsorptie
wordt verhoogd.
Die absorptie moet dan wel ergens in de ruimte aanwezig
zijn. Een leren bankstel en houten tafels en stoelen in een galmkamer verhogen
wel de verstrooiing, maar verlagen niet de nagalmtijd, zodat de akoestiek
slecht blijft.
Figuur 8 toont een foto van een klaslokaal. Dat heeft
uiteraard een absorberend plafond, terwijl meubilair verstrooiing bevordert. In
de lagere school van de afbeelding doen ook de open kasten tegen de wanden ter
zake. In een lokaal voor voortgezet of hoger onderwijs ziet men vaak een
absorberend plafond, simpel meubilair en vier kale wanden. Bovendien is dat
soort lokalen meestal een slag groter dan de schoollokalen voor lager
onderwijs. De spraakverstaanbaarheid is dan meet- en hoorbaar minder. Zulke
lokalen verdienen wat extra absorptie en/of verstrooiing, bijvoorbeeld op de
achterwand.

Figuur 8: Naast de absorptie door het plafond zorgt
verstrooiing door kastjes, meubilair e.d. voor een goed akoestisch klimaat.
9. Meten en rekenen aan verstrooiing
Het meten van de verstrooiing van een bepaald type
verstrooier is geen sinecure. Het boek van Cox en D'antonio laat zien hoe het moet
[[8]]. Er
wordt dan een bron geplaatst bij een sample, bij voorkeur in een dode kamer,
waarna met een bewegende mikrofoon alle hoeken worden afgetast. De meting geeft
de reflectie als functie van de reflectiehoek, dus uit sommering kan ook de
absorptie van het sample worden afgeleid.
Een relatief eenvoudige globale meting in een nagalmkamer,
zoals die voor absorptie ter beschikking staat, ontbreekt voor verstrooiing.
Het wekt dan ook geen verbazing dat van veel materialen wel de absorptiecoëfficiënt
bekend is, maar niet de diffusiecoëfficiënt. Het ontbreken van
gegevens is vooral een handicap indien een ray-tracing model wordt gebruikt om
een ruimte te ontwerpen. Per oktaafband kunnen behalve absorptiecoëfficiënten
ook diffusiecoëfficiënten worden opgegeven, maar als de bijbehorende
getallen voor een materiaal ontbreken, wordt vaak uit de losse pols een getal ingevuld.
Ray-tracing modellen zijn een goed hulpmiddel bij het
ontwerp van een concertzaal, maar als het op de finesses aankomt wordt nog
steeds een schaalmodel gebouwd met een schaal die meestal varieert tussen 1:8
en 1:16 [[9]].
Een voorbeeld was reeds eerder gegeven in figuur 7, rechtsboven. Een ander
voorbeeld staat in figuur 9 [[10]].
In schaalmodellen kan een goede voorspelling worden
gemaakt van de nagalmtijd, maar dat kan in een computermodel ook. De grote
kracht van schaalmodellen is "echo-hunting". Een optredende echo moet
dan worden "opgebroken" via verstrooiing en in het schaalmodel kan
worden uitgezocht wat het ideale detail is van het desbetreffende reflecterende
vlak. In het model van de foto ziet men bovendien cirkelvormige vlakken. Die
kunnen leiden tot focussering, maar door de kromme vlakken verstrooiend te
maken wordt ook dit effect bestreden.

Figuur 9: Schaalmodel, 1:12, van de Royal Albert Hall
in London. Het model is gebruikt door Bureau Peutz, Mook, voor een renovatie
van de zaal.