Korte inhoud van het voorafgaande
In een voorgaande webpagina (B.10.1, Formule
geluiddrukniveau) is het geluiddrukniveau in een ruimte
afgeleid als:
(1)
met:
LW = het
akoestisch vermogenniveau van de bron,
r
= de afstand tussen bron en mikrofoon,
Q = de
richtingscoëfficiënt van de bron,
a
= de gemiddelde absorptiecoëfficiënt van de gehele ruimte,
A = het
totaal absorberend oppervlak.
De rechterkant van de formule bevat twee
termen waarvan de eerste het directe geluid vertegenwoordigt. De
sterkte is onafhankelijk van de ruimte, maar wordt wel steeds lager
indien de afstand toeneemt. De tweede term hangt juist uitsluitend
af van de gegevens van de ruimte en niet van de afstand.
Figuur 1 toont de twee termen plus hun logaritmische som.

Figuur 1: De curven uit formule (1). De
rode curve geldt indien alleen de eerste term wordt meegerekend, de
groene curve is voor de tweede term. Indien biede termen worden
opgeteld ontstaat de zwarte curve.
Strijdigheid van theorie en praktijk
Zoals elders geteld is de zwarte curve uit
figuur 1 strijdig met de alledaagse ervaring. Thans zullen we een
herberekening uitvoeren teneinde de theorie van Barron nader te
verklaren [[1]].
In de figuur staat de responsie van de zaal
op een puls. Eerst komt het (rode) direct bij de toehoorder binnen,
dan het galmveld. Zie daartoe webpagina
B.10.1 Geluiddrukniveau.

Figuur 1: Het model waarbij eerst de
directe energie de mikrofoon bereikt en vervolgens de reflecties van
de wanden de mikrofoon bereiken.
De bijbehorende formule voor het
geluiddrukniveau werd daar geschreven als:
,
(2)
Formule (1) is een uitwerking van formule
(2). De eerste term binnen de haakjes is precies gelijk in beide
formules. De tweede term in formule (1) wordt gevonden als in
formule (2) een paar substituties worden uitgevoerd.
Allereerst geldt:
,
(3a)
en voor de gemiddelde vrije weglengte mfp:
,
(3b)
De aanpak om formules (3a) en (3b) in
formule 2 te substitueren stamt uit de jaren dertig van de vorige
eeuw. De grootheid tdir in figuur 1 is dus
eigenlijk variabel gekozen en afhankelijk van de afstand r
tussen bron en mikrofoon, maar t0 was dusdanig
gekozen dat de bijbehorende afstand gelijk was aan de gemiddelde
vrije weglengte mfp, waardoor een vrij simpel verband
ontstaat:
(4)
en formule (2) overgaat in formule (1).
Nu kiest Barron voor de grootheid to
simpelweg de looptijd tussen bron en mikrofoon:
,
(5)
zodat formule (3a) overgaat in:
(5)
De vervanger van formule (1) wordt dus:
,
(6)
zodat nu ook de tweede term van de afstand
afhangt.
Zoals het hoort zijn de twee formules (1) en
(6) gelijk indien r = mfp. Het is interessant om te
zien dat voor r = 0 geldt:
,
(7)
In feite is het model uit figuur 1 te
tekenen als in figuur 2, waarin dus de aanvang van het galmveld
samenvalt met het direct. Er ontbreekt dus wat ruimte tussen direct
en galm. In de praktijk klopt dat eigenlijk ook altijd wel. De
reflecties van vloer, stoelen, tafels, e.d. komen altijd vlak na het
direct. Slechts in rekenmodellen is een scheiding terug te vinden.

Figuur 2: In Barron's model vallen de
aankomst van direct eerste reflecties samen.
Barron's eigen schrijfwijze
In de literatuur zijn er verschillende
manieren waarop de formule kan worden geschreven. We kunnen immers
ook schrijven:
,
(8a)
waardoor:
,
(8a)
en formule (6) overgaat in:
,
(9)
Dit is Barron's eigen formule waarbij
eigenlijk in het midden wordt gelaten of Eyring's dan wel Sabine's
nagalmtijd moet worden genomen. Onze afleiding is expliciet
gebaseerd op de nagalmtijd van Eyring.
Consequenties voor de praktijk, een
voorbeeld
In figuur 3 wordt een voorbeeld uitgewerkt door formule
(9) uit te zetten als functie van de afstand. Daarbij worden twee
situaties doorgerekend voor een laag en een hoog plafond. De
geometrische gegevens staan in tabel 1.
Tabel 1: Een vergelijking van twee ruimten met hetzelfde
vloeroppervlak maar een sterk verschillende hoogte.
|
|
Laag plafond
|
Hoog plafond
|
|
Lengte
|
20
|
20
|
|
Breedte
|
20
|
20
|
|
Hoogte
|
3.5
|
10
|
|
Abs. coeff.
|
0.32
|
0.32
|
|
Volume
|
1400
|
4000
|
|
Oppervlak geometrisch
|
1080
|
1600
|
|
Opervlak absorberend
A
|
346
|
512
|
|
Nagalmtijd T
|
0.65
|
1.25
|
|
Gem. vrije weglengte
mfp
|
5.2
|
10
|
Figuur 3: Het geluiddrukniveau in een ruimte
van 20 × 20 × 3.5 m3, links en in een ruimte waarin
de hoogte veel groter is: 20 × 20 × 10 m3. De
zwarte curven geven de klassieke theorie volgens formule (1); de
rode curven staan voor Barron's theorie, formules
(6) of (9).
De allereerste regel die we afleiden is: bij lage
absorptiecoeëfficiënten is de invloed van Barron's aanpassing
uiterst gering. De verschillen bij 8% tussen de Barroncurven en de
conventionele theorie blijven beperkt tot hooguit twee dB. Bij
hogere absorptiecoëfficiënten (32%) treden er ineens wel verschillen
op.
Indien een ruimte hoger wordt, bij
gelijkblijvende gemiddelde absorptiecoëfficiënt [],
stijgt het geometrisch oppervlak en daardoor het absorberend
oppervlak A. De tweede term in formule (9) wordt daardoor
kleiner. Dat gold trouwens ook al in formule (1); ook in de
klassieke theorie wordt het geluiddrukniveau lager. Dat is te zien
aan de verticale waarde van de zwarte curven, die links hoger liggen
dan rechts.
In de grotere zaal is ook de gemiddelde
vrije weglengte mfp groter. Dat betekent dat de invloed van
Barron's theorie daar pas op grotere afstand begint door te werken.
In de linker figuur is de rode curve dus lager dan de zwarte boven
ca. 6 m; in de rechter figuur geldt dat boven 12 m [].
De rechter situatie hoort meer bij een muziekzaal, inclusief de twee
dB verschil op de achterste rij die Barron zelf rapporteerde voor
zalen. De linker figuur hoort veel meer bij bijvoorbeeld een
restaurant. De vijf dB verschil op grotere
afstand van de bron tussen de klassieke theorie en Barron is dan vaak een zegen.
|
vorige theoriedeel
volgende |
|