Signaal-ruisverhouding
Als wij het geluid van een bepaalde bron (spraak of
muziek bijvoorbeeld) waarnemen, is er eigenlijk altijd sprake van
achtergrondruis; een bron in absolute stilte bestaat niet. De
signaal-ruisverhouding SR is het verschil tussen het geluid(druk)niveau
van het "gewenste" geluid Lgew en het
geluid(druk)niveau van de stoorbron Lruis. In formulevorm [[1]] wordt
dat geschreven als:
(1)
In de praktijk worden SR-waarden van 15 dB en
hoger voor spraak “excellent” genoemd. Spraak is nog redelijk te
verstaan bij SR = 0 dB, maar wordt vrijwel onverstaanbaar bij SR
= - 6 dB. Echter, bij muziekopnamen zijn dit soort waarden absoluut
onvoldoende. Dan worden SR-waarden boven 60 dB nagestreefd.
Formule (1) mag de simpelste formule uit de akoestiek
worden genoemd. Dat betekent echter nog niet dat de waarden van Lgew
en Lruis makkelijk te bepalen zijn. Stel bijvoorbeeld dat we in
een restaurant een gewenste spreker proberen te verstaan tegen een achtergrond
van andere sprekers. In een druk restaurant is het ruisniveau meestal aardig
constant en een meting van Lruis met een geluidmeter kan dan
vrij simpel door de gewenste spreker even te laten zwijgen. Dan nog is het
geluidniveau een momentopname, want in de loop van de avond tijd zal het aantal
gasten variëren. Maar hoe bepalen we eigenlijk Lgew? We
zouden de spreker kunnen vragen om nogmaals te spreken in een leeg restaurant,
maar de spreker spreekt dan ongetwijfeld zachter en de akoestische absorptie
van de ruimte zal afnemen bij afwezigheid van de andere gasten. Bovendien
fluctueert het geluidniveau van de spreker sowieso doordat klemtonen worden
afgewisseld door zachte zinsdelen.
Een ander voorbeeld is een leerkracht die lesgeeft in de
buurt van een vliegveld waar regelmatig vliegtuigen overkomen. Het is lastig om
bij fluctuerend geluid het ruisniveau te karakteriseren, maar bovendien valt te
verwachten dat de leerkracht zijn of haar geluidniveau bij iedere
vliegtuigpassage zal verhogen, juist om een afnemende SR-waarde te
compenseren.
Het is de bedoeling om in dit site-deel de invloed uit te
leggen van de akoestische eigenschappen van een ruimte op de
signaal-ruisverhouding, maar daartoe zal eerst de bepaling van de geluidniveaus
aan de orde moeten komen. De nadruk valt daarbij steeds op spraak, maar veel
van de beweringen kunnen direct worden vertaald naar andere geluidbronnen.
Variërende geluidniveaus van spraak
Geluid fluctueert altijd in amplitude [[2]],
hetgeen betekent dat er altijd een soort middeling moet worden uitgevoerd [[3]]. In
geluidmeters is veelal een middeling van ongeveer 0.1 s (stand “fast”)
of 0.5 s (stand “slow”) ingebouwd. Echter, langs een autoweg
variëren de niveaus ten gevolge van afzonderlijk passerende auto’s
en de verkeersintensiteit varieert. Daarom wordt in de Wet geluidhinder een
soort middeling over een geheel etmaal gekozen. Rond vliegvelden wordt zelfs
gemiddeld over een heel jaar; dan kan bijvoorbeeld op Schiphol in november het
jaarrantsoen op zijn [[4]].
Figuur 1 toont de geluiddruk van een zin van bijna 5 s
die is gesproken in een zeer stille ruimte. Ruis is dan onhoorbaar [[5]].

Figuur 1: Een voorbeeld van de geluiddruk van spraak.
Alleen de modulaties zijn op deze tijdschaal te zien. De tonale fijnstructuur
is onzichtbaar. Zie voor meer uitleg het site-deel met Geluidfragmenten.
Het is in de akoestiek gebruikelijk om aan de sterkte van
het geluid een logaritmische maat toe te kennen. In figuur 2 staat het
resultaat van een behandeling van het signaal uit figuur 1. Het geluid is
bovendien A-gewogen om rekening te houden met de oorgevoeligheidscurve.

Figuur 2: De geluidniveaus in dB na bewerking van het
het signaal uit figuur 1. De fijnstructuur is nu geheel verdwenen.
Het geluidniveau in figuur 2 volgt de fluctuaties van
figuur 1 vrij nauwkeurig omdat de gekozen middelingstijd slechts 0.02 s
bedraagt. Als we echter één getal aan de geluidsterkte willen
toekennen is figuur 2 niet zo geschikt. Figuur 3 geeft twee alternatieven.

Figuur 3: Een voorbeeld van het geluiddrukniveau van spraak.
Figuur 3 is opnieuw verkregen uit het signaal van figuur
1. De zwarte lijn is gevonden door een middelingstijd van 0.25 s te kiezen. De
fluctuaties zijn veel geringer dan in figuur 2, maar het signaal is eigenlijk
onherkenbaar. Middeling van het signaal over de gehele periode van bijna vijf
seconde leidt tot het blauwe signaal. Alle detail is verdwenen, maar er is nu
wel één getal ontstaan (van 56 dB(A)) dat een goede indruk geeft
van de “gebruikelijke” spraak.
Het gemiddelde geluidniveau van spraak is redelijk vast
te leggen. De waarde van ca. 56 dB(A) vinden we vaak op 1 m afstand in de dode
kamer voor normale spraak, al zijn er uiteraard verschillen tussen sprekers
onderling. Bovendien kan iemand spreken met “stemverheffing”,
iemand kan “luid” spreken of zelfs “schreeuwen. Het is
gebruikelijk om daarbij uit te gaan van stappen van 6 dB(A), waardoor de
waarden uit tabel 1 kunnen worden aangehouden.
Tabel 1: De geluidniveaus in dB(A), gemeten op 1 m
recht voor de mond in een dode kamer. Ontleend aan het handboek lawaaibeheersing
[[6]].
|
Ontspannen [7]
|
54
|
|
Normaal
|
60
|
|
Stemverheffing
|
66
|
|
Luid
|
72
|
|
Zeer Luid
|
78
|
|
Schreeuwen
|
84
|
|
Maximaal Schreeuwen
|
90
|
Stoorniveaus
Ondanks de fluctuaties zijn de gebruikelijke geluidniveaus
van spraak vrij goed gedefinieerd. Voor achtergrondlawaai varieert dat sterk
per situatie. Het achtergrondniveau in een stil kantoor bedraagt 30 dB(A);
enige activiteit (geschuifel van voeten, geblader in papieren) en een licht
ruisende computer veroorzaken ongeveer 40 dB(A). Het ruisniveaus in een restaurant
kan sterk variëren doordat het aantal aanwezigen varieert, maar ook de
aankleding van de ruimte kan een grote rol spelen. Enig geroezemoes leidt al
snel tot een geluidniveau van 50 dB(A). Het maximum ligt bij ca. 80 dB(A),
tenzij ook nog luide muziek wordt gespeeld [[8]]. Een spreker van 56 dB(A) is
in een rustig restaurant dus goed te verstaan; een signaal-ruisverhouding van 6
dB(A) is voor dergelijke situaties goed genoeg [[9]]. In het lawaaiige restaurant
zal de spreker zijn/haar stem moeten verheffen en/of de toehoorder veel dichter
moeten naderen. Een waarde van 56 dB(A) op 1 m komt overeen met 76 dB(A) op 10
cm. In het lawaaiigste restaurant is de signaal-ruisverhouding dus negatief en
de spreker krijgt de neiging om (veel) luider te gaan praten. Echt schreeuwen
in elkaars oren is meestal pas nodig indien er ook muziek wordt gemaakt.
De invloed van de absorptie in een ruimte
In een eerder hoofdstuk is al uitgelegd dat de
geluidabsorptie van een ruimte invloed heeft op het geluidniveau. Daartoe
werden vier situaties vergeleken die in tabel 2 worden herhaald.
Tabel 2: De amplitude van spraak als functie van de tijd.
De spreker bevindt zich in de dode kamer (situaties A en B) of in de
nagalmkamer (C en D), telkens op 1 m van de mikrofoon (A en C) of op 5 m (B en
D).
KOPIE uit het site-deel Geluidfragmenten. De eigenlijke
geluidfragmenten zijn hier weggelaten.
|
A
dode kamer
op 1m
|

|
|
B
dode kamer
op 5 m
|

|
|
C
Nagalmkamer
op 1m
|

|
|
D
Nagalmkamer
op 5 m
|

|
Het voorbeeld geeft viermaal dezelfde spreker en laat
zien dat in de dode kamer de invloed van de afstand veel groter is. Stel nu dat
een gewenste spreker op 1 m staat van de toehoorder en dat zich op 5 m een
stoorspreker bevindt met hetzelfde geluidniveau (figuur 4). Dan blijkt uit
tabel 2 dat de invloed van de stoorspreker in de galmkamer veel storender is.
Het verschil in geluidniveau tussen voorbeelden C en D is veel kleiner dan
tussen C en D. De signaal-ruisverhouding is daarom beter in een ruimte met veel
geluidabsorptie.

Figuur 4: Een voorbeeld van een "gewenste"
spreker op 1 m en één stoorspreker op 5 m.
Om het effect hoorbaar te maken zijn twee
geluidfragmenten toegevoegd. Het is dit keer aan te bevelen om eerst het
fragment uit de galmkamer te beluisteren [[10]].
|
nagalmkamer
spreker op 1 m
radio op 5 m
|
… Muziek
…………………….
“Ik sta hier in de nagalmkamer op 1 m afstand van
de mikrofoon. Op 5 meter afstand van de mikrofoon bevindt zich een spelend
radiootje. Kunt U mij nog verstaan?”
… Muziek
…………………….
|
|
dode kamer
spreker op 1 m
radio op 5 m
|
… Muziek
……………………
“We bevinden ons in de dode kamer. Op 5 meter
afstand van de mikrofoon staat een spelende radio; zelf sta ik op 1 m van de
mikrofoon. U merkt wel dat de radio hier minder hinderlijk is dan in de
nagalmkamer.
… Muziek
……………………
|
Het voorbeeld kan rechtstreeks worden vertaald naar
bijvoorbeeld een restaurant. De gewenste spreker zal zich vaak rond of binnen 1
m bevinden. De sterkte van dat gewenste geluid wordt niet of nauwelijks
beïnvloed door de absorptie van de ruimte. De meeste (of alle) sprekers
bevinden zich op grotere afstand, zodat toevoeging van absorptie hun
geluidniveau omlaag brengt. De signaal-ruisverhouding verbetert daadoor.
De hoeveelheid absorptie en het Lombardeffect
Voor een berekening van de benodigde hoeveelheid
absorptie in een ruimte zij verwezen naar andere delen van deze site (onder
andere naar een simpel rekenvoorbeeld). We komen er bovendien op terug in het
deel dat handelt over de toepassing in de architectonische praktijk.
De theoretische formules voorspellen een afname van
ongeveer 3 dB bij een verdubbeling van de hoeveelheid absorptie in een ruimte.
Dat betekent dat in een zeer galmende ruimte makkelijk winst te behalen is. Een
slechte situatie met een gemiddelde absorptiecoëfficiënt van 5% is simpel
te verbeteren door een verdubbeling naar 10%. De volgende stap naar 20% is
technisch ook goed te maken; de daaropvolgende stap naar 40% vereist tamelijk halsbrekende
toeren.