Ruis veroorzaakt door andere sprekers
Een bijzonder geval van "ruis" doet zich voor
indien een spreker wordt omringd door andere sprekers die ongeveer
evenveel akoestisch vermogen produceren. In drukke situaties storen die
sprekers de spraak van de gesprekspartner. Het effect wordt in het
Nederlands "cocktailparty-effect" genoemd; Amerikanen spreken veelal
over het "café-effect".
Met behulp van formules (zie elders in de site)
kan worden aangetoond dat er een paar effecten een rol spelen:
· Meestal
bevindt de "gewenste spreker" zich op korte afstand. Afhankelijk van
de herrie varieert de afstand tussen 2 meter en 10 centimeter.
· De
stoorsprekers bevinden zich vrijwel altijd op grotere afstand. Ter
vereenvoudiging van de berekeningen wordt daarbij zelfs een afstand van een
paar meter aangehouden, maar soms is dat niet juist [].
We veronderstellen nu dat in het schoollokaal
uit de vorige delen (8 × 6.25 × 3.2 m3) een cocktailparty
wordt gehouden. Daarbij wordt alleen gepraat; muziek, zang en dans
ontbreken (nog). De gemiddelde absorptiecoëfficiënt was in het
klaslokaal in de orde van 32% gekozen, maar die veronderstellen we thans
variabel.
Het totale oppervlak van het lokaal is gelijk
aan 191 m2. De totale hoeveelheid absorberend
oppervlak A kan dan in de praktijk variëren van ca. 10 m2
in een glazen schoollokaal, tot 100 m2 in een zwaar gedempt
lokaal. Het vloeroppervlak bedraagt 50 m2. In extreme
gevallen passen daar wel 100 mensen op, waarvan er dus 50 zouden kunnen
spreken. Het aantal sprekers zullen we met N aanduiden.
Zoals elders wordt uiteengezet blijkt de
grootheid A/N maatgevend. In theorie zouden we in het overvolle
klaslokaal als ondergrens de waarde A/N = 0.2 kunnen vinden (10 m2
absorptie van de wanden gedeeld door 50 sprekers). Dat zou leiden tot
tomeloos lawaai, maar in de praktijk valt het wel mee omdat de
aanwezigen ook (door hun kleding) absorptie meebrengen. Een mens
vertegenwoordigt ongeveer 0.5 m2 absorberend oppervlak, zodat
de som van alle absorberende oppervlakken wordt gevonden bij ca. 60 m2,
zodat A/N = 1.2.
In het klaslokaal met 32% absorptie is het
absorberend oppervlak ongeveer gelijk aan A = 60 m2.
Bij 12 aanwezigen waarvan 3 stoorsprekers (nog niet alle gasten zijn
gearriveerd) vinden we dus A/N = (60 + 6)/3 = 22. Op het
hoogtepunt van de party zijn er wellicht 60 aanwezigen en 20
stoorsprekers en daalt de waarde tot A/N = (60+30)/20 = 4.5 m2
[].
Dat is dus bijna vier maal zoveel als in voornoemd "glazen"
schoollokaal.

Figuur 1: Het directe geluidniveau van een spreker
(rood) en het stoorgeluid van N sprekers berekend in een ruimte
van 8 × 6.25 × 3.2 m3. Het akoestisch vermogen van alle
sprekers is gelijk gekozen aan LW = 60 dB(A). Dat komt
overeen met ontspannen gebabbel. Later zal dat een wat onrealistische
keuze blijken, maar de verhouding tussen direct en stoorgeluid
blijft gelijk bij iedere waarde van LW .
Figuur 1 geeft een grafiek waarin twee
grootheden worden vergeleken. In rood zien we het geluid van de
"gewenste" spreker, waarbij uitsluitend de bijdrage van het directe
geluid wordt meegerekend. De groene lijnen geven het geluidniveau
veroorzaakt door de combinatie van de hoeveelheid aanwezige absorptie (A)
en het stoorgeluid van N andere sprekers [].
Het verschil tussen de rode en de groene lijn
kunnen we de signaal-ruisverhouding SR noemen. We vinden dus
SR = 0 waar de rode en de groene lijn elkaar snijden. Die afstand is
ruim 1 meter in een (goede) situatie waarin A/N = 48 m2.
Bij meer sprekers of bij minder absorptie daalt de afstand en spreker en
toehoorder moeten elkaar dichter naderen. Dat is ook verreweg de meest
gebruikte truc van mensen in een lawaaiige omgeving.
Ons systeem van gehoororgaan plus hersenen is
vrij aardig in staat om menselijke spraak uit rumoer te abstraheren. We
letten vooral ook op timbreverschillen tussen verschillende stemmen. De
spraakverstaanbaarheid bij SR = 0 is daarom nog zeer redelijk [].
De ondergrens voor spraakverstaan ligt bij ongeveer SR = -6 dB.
Als dus SR = 0 dB bij 1 m wordt gevonden, ligt de ondergrens voor
spraakverstaan bij 2 m [].
De grootte van de ruimte
In figuur 1 is gerekend met een ruimte ter
grootte van een schoolklas. Fascinerend is echter dat de enige
maatgevende grootheid voor het stoorniveau de waarde van A/N is.
De grootte van de ruimte doet er dus in dit model niet toe. Stel bijvoorbeeld
dat het klaslokaal uit het voorbeeld voorzien is van een absorberend
plafond, dan wordt A overwegend door dat plafond bepaald. Als we
nu lengte en breedte van de ruimte met twee vermenigvuldigen worden het
vloeroppervlak en A vier maal zo groot. Maar dan kunnen we op de
cocktailparty ook vier maal zoveel sprekers verwachten zodat A/N
gelijk blijft. Het geluidniveau in het diffuse veld, en dus het
stoorniveau, blijven dan ook gelijk.
Door dit effect kan een berekening worden
gemaakt die de spraakverstaanbaarheid voorspelt als functie van A/N,
(vrijwel) onafhankelijk van de grootte van de ruimte [].
Figuur 2 geeft daarvan het resultaat.

Figuur 2: De spraakverstaanbaarheid
opgedeeld in categorieën "matig" tot "uitstekend" als functie van A/N,
de hoeveelheid absorberend oppervlak gedeeld door het aantal storende
sprekers. De afstand r’ tussen bron en ontvanger is gegeven als
parameter.
Uit de figuur blijkt dat twee mensen elkaar
alleen uitstekend kunnen verstaan als ze elkaar dicht naderen en de
waarde van A/N tot waarden stijgt boven 35 m2 [].
De gecorrigeerde afstand
In het figuuronderschrift van figuur 1 staat het
woord "afstand" tussen aanhalingstekens. Het is eigenlijk een
gecorrigeerde waarde r’. De waarde is gelijk aan de echte afstand
indien we een geluidbron nemen die in alle richtingen evenveel
geluidenergie afstraalt en een luisteraar die vanuit alle richtingen
even goed hoort. Het menselijke hoofd heeft echter de eigenschap dat
recht voor de mond een hogere geluiddruk heerst dan naar opzij of aan de
achterkant. Een soortgelijk effect treffen we aan bij het horen. Onze
twee oren zorgen ervoor dat we een stem beter uit de herrie kunnen
pikken dan wanneer we slechts één oor zouden hebben. Genoemde
richtingseffecten zorgen ervoor dat de afstand met ongeveer 1.5 mag
worden vermenigvuldigd als spreker en toehoorder elkaar aankijken [].
Als de spreker wegkijkt van de toehoorder wordt de gecorrigeerde afstand
echter kleiner dan gegeven in figuur 1. In figuur 2 was de gecorrigeerde
afstand r’ gegeven. Als daar een afstand van 0.5 m wordt
aangehouden, kan de werkelijke afstand op 0.8 m worden gesteld, maar
eigenlijk alleen bij een duo-gesprek.
Strikt genomen zitten bouwkundige toevoegingen
niet in de formules. De invloed van "vroege" reflecties waren tot nu toe
ook veronachtzaamd. Het geluidniveau van de spreker stijgt echter wel
degelijk indien de spreker bijvoorbeeld in een restaurant aan een houten
tafel zit. Een winst van 2 à 3 dB kan worden geboekt, hetgeen kan worden
vertaald in een "afstandswinst" van een factor 1.3 à 1.4.
Het Lombardeffect
Mensen gaan harder praten in een lawaaiige
omgeving om zich verstaanbaar te maken. Het effect wordt meestal
Lombard-effect genoemd naar de Franse onderzoeker die het in 1911 voor
het eerst beschreef [].
Waarom mensen harder gaan spreken is ook een eeuw na Lombard niet
opgelost. Het is duidelijk dat iemand die een rumoerig café binnen stapt
zich aanpast en ook luider gaat spreken dan gebruikelijk bij "normale"
spraak. Maar het helpt niet om de spraakverstaanbaarheid te
verbeteren. Indien alle mensen in het café 6 dB zachter gaan spreken,
blijven de onderlinge verhoudingen gelijk, en dus ook de
signaal-ruisverhouding en de spraakverstaanbaarheid. Het gezelschap past
zich uiteraard wel aan aan de luidste spreker in het gezelschap (en er
zijn grote individuele verschillen), maar dit effect verklaart het
Lombardeffect toch slechts te dele [].
In de berekeningen voor figuur 1 was uitgegaan
van LW = 60 dB(A). Dat staat gelijk met "ontspannen"
spraak. Het geluidvermogen van "normale" spraak ligt 6 dB hoger, maar in
het drukke café moeten we onze stem nog veel verder verheffen, soms tot
schreeuwens toe. In een vollopend café gaat het geluidniveau dus ten
eerste omhoog doordat het aantal bronnen toeneemt, ten tweede loopt ook
het vermogen van die bronnen op.
Het Lombardeffect is niet verklaarbaar, maar het
is anderzijds wel degelijk mogelijk om het geluidniveau in een ruimte te
voorspellen. Het resultaat staat in figuur 3.

Figuur 3: Een voorspelling van het geluidniveau in
een situatie met (uitsluitend) sprekers als functie van het absorberend
oppervlak per spreker. De lijn is opzettelijk breed gekozen, omdat de
situatie nog wel eens een paar dB kan toevoegen. De waarden zijn echter
onafhankelijk van de grootte van de ruimte. Het is
verstandig om een ondergrens van drie sprekers aan te houden. Aangepaste
versie uit [].
De helling van de curve toont ongeveer 6 dB
indien de hoeveelheid absorptie in een ruimte wordt verdubbeld. Daarvan
is ruwweg 3 dB toe te schrijven aan de verdubbeling van de absorptie []
en de overige 3 dB komt omdat de aanwezigen zachter gaan spreken. Dit
laatste effect helpt echter niet om de spraakverstaanbaarheid te
verbeteren [].
De hoeveelheid absorptie in de praktijk
Figuur 3 geeft de mogelijkheid om het
geluidniveau te voorspellen. In een restaurant of kantine is 80 dB een
hels kabaal; het is ook ongeveer het maximum (zonder muziek) dat in de
praktijk wordt aangetroffen, maar dan uitsluitend in restaurants met
veel glas, een trendy stucplafond []
en een niet-absorberende vloer. Figuur 2 laat zien dat dan alleen
tweegesprekken op korte afstand mogelijk zijn.
Bij een waarde van A/N in de orde van 4 à
5 m2 is het geluidniveau ongeveer 70 dB en is de
spraakverstaanbaarheid (afhankelijk van de afstand) gestegen van "matig"
tot "redelijk". Het is ook ongeveer de grens waarbij het mogelijk is om
met meer dan twee mensen aan een gesprek deel te nemen. In een
restaurant kan de uitbater dus het akoestisch klimaat bepalen met de
hoeveelheid absorberend materiaal en de dichtheid van de tafels.
Wellicht mikt een uitbater bewust op duo-gesprkken, maar gezien het
aantal wanhopige restauranthouders gaat het in de praktijk toch niet
altijd goed. Extra kleedjes of extra absorptie op stoelen blijken dan
meestal niet te werken omdat het extra absorberend oppervlak onvoldoende
toeneemt. Een substantiële (en veelal voldoende) winst van 6 dB wordt
pas bereikt met een verdubbeling van het absorberend oppervlak.