TULogo
Inleiding
A. Spreken en horen
B. Theorie
C. Absorptievoorbeelden
D. Ontwerpregels
D.10 Sportzaal
D.12 Zwembad
D.20 Restaurant
D.22 Van trappenhuis tot atrium
D.24 Museum
D.26 Bibliotheek
D.40 Slechthorenden
D.42 Slechtzienden
D.44 Inst. Verst. Gehandicapten
D.46 Normen instellingen
D.50 Lokaal basisschool
D.52 Spreekzalen, alle maten
D.60 Meer ruimten in 1 gebouw
D.62 Bioscoop
D.64 Conservatorium, Muziekschool
D.70-A Muziekzaal, begrippen
D.70-B Concertzaal, ontwerp
D.71 Operazalen
D.72 Mikrofoons in de zaal
D.73 Variabele akoestiek
D.74 Zalen voor lichte muziek
D.80 Kantoren
E. PDF's
F. Artikelen
G. Colofon

Een zwembad is een bijzondere sportzaal

  
 

Samenvatting

  • Alle richtlijnen die zijn afgeleid in de voorgaande webpagina over de akoestiek in sportzalen gelden onverkort voor zwembaden. Webpagina D.10 wordt daarom ter lezing aanbevolen.

  • Voor een sportzaal gelden ISAF-normen ten aanzien van de gewenste nagalmtijd. Voor een zwembad zijn geen normen ontwikkeld, maar er is een tendens om dezelfde sportzaalnormen te hanteren.

  • Het grote verschil tussen een sportzaal en een zwembad is de vochthuishouding. De hoeveelheid geluidabsorberend materiaal in een zwembad is weliswaar gelijk, maar de manier van bevestigen verschilt waardoor in een zwembad soms een ander type geluidabsorberend materiaal zal worden gekozen.

 

Vochtproblemen bij het ontwerp van een zwembad 1

Een sportzaal lijkt akoestisch heel sterk op een sportzaal, wellicht zijn de geluidbronnen zelfs nog wat talrijker en/of luider en ook in een zwembad is dus weer een flinke hoeveelheid absorptie nodig om de geluidniveaus binnen de perken te houden. Bij sportzalen bestaat een norm waarin de maximale nagalmtijd wordt voorgeschreven. Dat leidt tot een hoeveelheid absorptie die minimaal gelijk is aan het plafondoppervlak, terwijl vaak ook aan de wanden absorptie noodzakelijk is. Bij zwembaden ontbreekt een norm, maar in de praktijk wordt meer en meer de sportzaalnorm gebruikt. Een geheel absorberend plafond is dus ook hier minimaal gewenst.

 

Het belangrijkste verschil tussen een sportzaal en een zwembad is van niet-akoestische aard. Akoestische voorzieningen, zoals absorberende plafonds en voorzetwanden, worden aan de binnenzijde van de zwembadomhulling aangebracht. Zij kunnen aanzienlijk thermische weerstanden bezitten die condensatie tegen de (buiten-)wanden en het dak tot gevolg kunnen hebben. Omdat de relatieve vochtigheid in zwembaden hoog is en de dampdiffusie-weerstand van vrijwel alle toegevoegde akoestische voorziening minimaal, zal op binnenoppervlakken met een iets lagere temperatuur dan de luchttemperatuur al snel condensatie ontstaan. Vooral bij de aansluitingen van gevels en daken zijn de oppervlaktetemperaturen, door de geometrie en vaak onvoldoende doorlopende isolatie, lager. Ze zijn daardoor het meest kwetsbaar en moeten dus met de grootste zorg gedetailleerd worden.

 

 

Figuur 1:  Een voorbeeld van een dampremmende laag tussen twee platen glas- of steenwol plus temperaturen. De temperatuur van de dampremmende laag bepaalt, samen met de relatieve vochtigheid in de binnenruimte, de kans op condensatie.

 

Figuur 1 toont een voorbeeld van de temperaturen in een denkbeeldige constructie (zonder binnen- en buitenhuid) die uitsluitend bestaat uit twee lagen glas- of steenwol en een tussengelegen dampremmende laag. Als de binnentemperatuur gelijk is aan 26° C en de buitentemperatuur gelijk aan -10° C, hangt de temperatuur af van de dikteverhouding tussen de binnen- en de buitenlaag. In dit voorbeeld vinden we 14° C [[2]].

Het hangt dan af van de vochtigheid in de binnenruimte of er condensatie ontstaat op de dampremmende laag. In een sportzaal is de kans op condensatie kleiner dan in een zwembad. Er is minder vocht in de lucht en bovendien is de binnentemperatuur lager, maar ook dan zal goed moeten worden nagedacht over de ventilatie.

In een zwembad gaat het zeker mis als de constructie van figuur 1 wordt toegepast. De oplossing is dan om de temperatuur van de dampremmende laag drastisch op te voeren door de dikteverhouding tussen buiten- en binnenlaag te vergroten. Dat kan theoretisch door de dikte van de binnenlaag zeer klein of zelfs nul te kiezen, maar dat is nu juist uit akoestisch oogpunt ongewenst en dus moet de dikte van de buitenlaag drastisch worden opgevoerd. Dit soort gesloten akoestische plafonds kunnen eigenlijk alleen worden toegepast bij zeer dik geïsoleerde daken (R c-dak >> R c-plafond) en dan nog blijven met name 3-dimensionale wand-dak-aansluitingen risicovol.

Gelukkig is er een eenvoudiger oplossing om de temperatuur van de dampremmende laag op te voeren. Door de akoestische plafonds en voorzetwanden aan de achterzijde goed met binnenlucht te ventileren zal de oppervlaktetemperatuur van daken en gevels voldoende hoog blijven om oppervlaktecondensatie tegen de omhulling te voorkomen. Dat wordt geschetst in figuur 2.

 

 

Figuur 2:  Het openwerken van de geluidabsorberende laag maakt toetreding van binnenlucht mogelijk, waardoor de temperatuur aan de onderzijde van de eigenlijke dakconstructie stijgt en de kans op condensatie wordt verkleind.

 

Voorbeelden van zo’n “open akoestisch plafond” zijn horizontaal of verticaal opgehangen baffles, plafondeilanden en open geweven glasvezeldoek met dempend materiaal achter het doek. Wel verdient de ophanging te geschieden met RVS ophangstangen van de juiste samenstelling om bezwijken door chloride-spanning-corrosie te voorkomen.

 

In de praktijk zijn er meestal twee dampremmende lagen: de laag die daartoe is aangebracht aan de onderzijde van de eigenlijke dakconstructie plus de waterdichte dakhuid. Er kan dus ook in de omhulling tussen die twee lagen inwendige condensatie optreden; in figuur 2 geschiedt dat bij de kruisjes. Omdat in zwembaden de gemiddelde dampspanning op jaarbasis hoger is dan de gemiddelde dampspanning onder de dakbedekking van een geïsoleerd plat dak zal, indien de dakhuid zeer dampdicht is, de hoeveelheid winters condensaat onder de dakhuid in de aansluitende zomerperiode niet geheel verdampen. Berekening leert dat een dampspanning van 1430 N/m2 als grenswaarde moet worden gehanteerd. Dat is dan een waarde die wordt gemiddeld op jaarbasis.

Zelfs bij een niet geheel dampdichte buitenafwerking is een zeer goede dampdichte laag aan de binnenzijde noodzakelijk. Dit is bij dakconstructies bestaande uit lijnvormige elementen lang niet altijd het geval. Via de luchtlekken in de dampremmende laag zal dan warme vochtige lucht in grote hoeveelheden tegen de dakhuid condenseren. Door de daken en gevels van een goede luchtdicht aangebrachte dampremmende laag te voorzien en de isolatielaag bij aansluitingen van gevels en daken goed door te laten lopen en luchtdicht af te sluiten kan inwendige condensatie tegen de dakhuid voorkomen worden.

 

Enkele praktijkvoorbeelden van geluidabsorptie in een zwembad

 

“Foto: www.rozegolf.dds.nl/wordpress/?p=4768

 

 

Zwembad de Tongelreep in Eindhoven

 

Aan het plafond hangt een groot aantal verticale absorptiepanelen (“baffles”). Maar ook de kopse wand in het midden van de foto is absorberend uitgevoerd. Die panelen zijn wat los van de wand gehouden, zodat binnenlucht er achterlangs kan stromen. Overigens zijn vochtproblemen daar alleen te verwachten. als de achterliggende wand een buitenmuur is.

Foto: Lau Nijs

 

 

Het tropisch zwemparadijs van

Belle Dune, Fankrijk

 

Een variatie op het thema verticale baffles.

Foto: Lau Nijs

 

 

Het Sloterparkbad in Amsterdam

 

Boven de tribune (links) zijn de gebruikelijke absorberende platen toegepast. De weefsels boven het bad dragen ook enigszins bij. Voor echt goede akoestische absorptie zijn ze echter te dun. Dan is combinatie met dikkere absorberende panelen noodzakelijk.  

Foto: Lau Nijs

 

Het zwembad in ‘t Land van Bartje

 

Een voorbeeld van losse absorberende plafonds waar de binnenlucht achterlangs kan bewegen.

Dat is nog niet zo eenvoudig omdat de lucht in de hoeken stil kan staan en kan afkoelen. In dit geval helpt de schuine stand van de plafonds om de luchtsnelheid op te voeren.

 

 

 

 


[1]     Aart Schuur schreef de tekst voor de eerste versie van deze pagina. De eindversie is van Aart Schuur en Lau Nijs samen.

[2]     In de praktijk is het wat ingewikkelder. Dan moeten overgangsweerstanden worden meegerekend en uiteraard is aan de bovenzijde ook nog een (beloopbare) daklaag aanwezig die warmte isoleert.