Samenvatting
-
Alle richtlijnen die zijn afgeleid in de voorgaande webpagina
over de akoestiek in sportzalen gelden onverkort voor zwembaden.
-
Echter, voor een sportzaal gelden normen ten aanzien van de
gewenste nagalmtijd; die moeten voor zwembaden nog worden ontwikkeld.
-
Het grote verschil tussen een sportzaal en een zwembad is de vochthuishouding.
De hoeveelheid geluidabsorberend materiaal in een zwembad is weliswaar
gelijk, maar de manier van bevestigen verschilt waardoor in een zwembad soms een
ander type geluidabsorberend materiaal zal worden gekozen.
Vochtproblemen bij het ontwerp van een zwembad
Een sportzaal lijkt akoestisch heel sterk op een sportzaal,
Wellicht zijn de geluidbronnen nog wat talrijker en/of luider, maar ook in een
zwembad is weer een flinke hoeveelheid absorptie nodig om de geluidniveaus
binnen de perken te houden. Bij sportzalen bestaat een norm waarin de maximale
nagalmtijd wordt voorgeschreven. Dat leidt tot een hoeveelheid absorptie die
minimaal gelijk is aan het plafondoppervlak, terwijl vaak ook aan de wanden
absorptie noodzakelijk is. Bij zwembaden ontbreekt de norm, maar een geheel
absorberend plafond is ook hier minimaal gewenst.
Het belangrijkste verschil tussen een sportzaal en een
zwembad is van niet-akoestische aard. Aan de binnenzijde van de omhulling van
zwembaden toegevoegde akoestische voorzieningen, zoals akoestische verlaagde
plafonds en akoestische voorzetwanden, kunnen aanzienlijk thermische weerstanden
bezitten welke condensatie tegen de (buiten-)wanden en het dak tot gevolg kunnen
hebben. Omdat de relatieve vochtigheid in zwembaden hoog is en de
dampdiffusie-weerstand van vrijwel alle toegevoegde akoestische voorziening
minimaal, zal op binnenoppervlakken met iets lagere temperatuur dan de
luchttemperatuur al snel condensatie ontstaan. Vooral bij de aansluitingen van
gevels en daken liggen de oppervlaktetemperaturen, door geometrie en meestal
onvoldoende doorlopende isolatie, lager. Ze zijn daardoor het meest kwetsbaar en
moeten daarom met de grootste zorg gedetailleerd worden.

Figuur 1: Een voorbeeld van een dampremmende laag tussen
twee platen glas- of steenwol plus temperaturen. De temperatuur van de
dampremmende laag bepaalt, samen met de relatieve vochtigheid in de
binnenruimte, de kans op condensatie.
Figuur 1 toont een voorbeeld van de temperaturen in een
denkbeeldige constructie (zonder binnen- en buitenhuid) die uitsluitend bestaat
uit twee lagen glas- of steenwol en een tussengelegen dampremmende laag. Als de
binnentemperatuur gelijk is aan 26° C en de buitentemperatuur gelijk aan -10° C,
hangt de temperatuur af van de dikteverhouding tussen de binnenlaag en de
buitenlaag. In dit voorbeeld vinden we 14° C [[2]].
Het hangt dan af van de vochtigheid in de binnenruimte of
er condensatie ontstaat op de dampremmende laag. In een sportzaal is de kans op
condensatie kleiner dan in een zwembad. Er is minder vocht in de lucht en
bovendien is de binnentemperatuur lager, maar ook dan zal goed moeten worden
nagedacht over de ventilatie.
Echter, in een zwembad gaat het zeker mis als de constructie
van figuur 1 wordt toegepast. De oplossing is dan om de temperatuur van de
dampremmende laag drastisch op te voeren door de dikteverhouding tussen buiten-
en binnenlaag te vergroten. Dat kan theoretisch door de dikte van de
binnenlaag zeer klein of zelfs nul te kiezen, maar dat is uit akoestisch oogpunt
ongewenst. Dus moet de dikte van de buitenlaag drastisch worden opgevoerd. Gesloten akoestische plafonds kunnen alleen worden toegepast bij zeer dik
geïsoleerde daken (R c-dak >> R c-plafond). Dan nog
blijven met name 3-dimensionale wand-dak-aansluitingen risicovol.
Gelukkig is er een eenvoudiger oplossing om de temperatuur
van de dampremmende laag op te voeren. Door de akoestische plafonds en
voorzetwanden aan de achterzijde goed met binnenlucht te ventileren zal de
oppervlaktetemperatuur van daken en gevels voldoende hoog blijven om
oppervlaktecondensatie tegen de omhulling te voorkomen. Dat wordt geschetst in
figuur 2.

Figuur 2: Het openwerken van de geluidabsorberende laag maakt
toetreding van binnenlucht mogelijk, waardoor de temperatuur aan de onderzijde
van de eigenlijke dakconstructie stijgt en de kans op condensatie wordt
verkleind.
Voorbeelden van zo’n “open akoestisch plafond” zijn
horizontaal of verticaal opgehangen baffles , plafondeilanden en open geweven
glasvezeldoek met dempend materiaal achter het doek. Wel verdient de ophanging te
geschieden met RVS ophangstangen van de juiste samenstelling om bezwijken door
chloride-spanning-corrosie te voorkomen.
In de praktijk zijn er meestal twee dampremmende lagen: de
laag die daartoe is aangebracht aan de onderzijde van de eigenlijke
dakconstructie plus de waterdichte dakhuid. Er kan dus ook in de omhulling
tussen die twee lagen inwendige condensatie optreden; in figuur 2 geschiedt dat
bij de kruisjes. Omdat in zwembaden de gemiddelde dampspanning op jaarbasis
hoger is dan de gemiddelde dampspanning onder de dakbedekking van een geïsoleerd
plat dak zal, indien de dakhuid zeer dampdicht is, de hoeveelheid winters
condensaat onder de dakhuid in de aansluitende zomerperiode niet geheel
verdampen. Berekening leert dat een dampspanning van 1430 N/m2 als
grenswaarde moet worden gehanteerd. Dat is dan een waarde die wordt gemiddeld op
jaarbasis.
Zelfs bij een niet geheel dampdichte buitenafwerking is een
zeer goede dampdichte laag aan de binnenzijde noodzakelijk. Dit is bij
dakconstructies bestaande uit lijnvormige elementen lang niet altijd het geval.
Via de luchtlekken in de dampremmende laag zal dan warme vochtige lucht in grote
hoeveelheden tegen de dakhuid condenseren. Door de daken en gevels van een goede
luchtdicht aangebrachte dampremmende laag te voorzien en de isolatielaag bij
aansluitingen van gevels en daken goed door te laten lopen en luchtdicht af te
sluiten kan inwendige condensatie tegen de dakhuid voorkomen worden.
Enkele praktijkvoorbeelden van geluidabsorptie in een zwembad
“Foto: www.rozegolf.dds.nl/wordpress/?p=4768
|
|
Zwembad de Tongelreep in Eindhoven
Aan het plafond hangt een groot aantal verticale
absorptiepanelen (“baffles”). Maar ook de kopse wand in het midden van de
foto is absorberend uitgevoerd. Die panelen zijn wat los van de wand gehouden,
zodat binnenlucht er achterlangs kan stromen. Overigens zijn vochtproblemen
daar alleen te verwachten. als de achterliggende wand een buitenmuur is.
|
Foto: Lau Nijs
|
|
Het tropisch zwemparadijs van
Belle Dune, Fankrijk
Een variatie op het thema verticale baffles.
|
Foto: Lau Nijs
|
|
Sloterparkbad in Amsterdam
Boven de tribune (links) zijn de gebruikelijke absorberende
platen toegepast. De weefsels boven het bad dragen ook enigszins bij. Voor
echt goede akoestische absorptie zijn ze echter te dun. Dan is combinatie met
dikkere absorberende panelen noodzakelijk
|
Foto: Lau Nijs
|
|
Zwembad in ‘t Land van Bartje
Een voorbeeld van losse absorberende plafonds waar de
binnenlucht achterlangs kan bewegen.
Dat is nog niet zo eenvoudig omdat de lucht in de
hoeken stil kan staan en kan afkoelen. In dit geval helpt de schuine stand van de
plafonds om de luchtsnelheid op te voeren.
|