
Samenvatting akoestische maatregelen in trappenhuizen, vides, atria, etc.
-
De simpelste vorm van een verbinding tussen verdiepingen
is een trappenhuis. Om de geluidoverdracht tussen verdiepingen te beperken is
daarom In het bouwbesluit een minimale hoeveelheid absorptie voorgeschreven.
-
Via atria plant geluid zich nog veel makkelijker voort
door de grotere afmetingen.
-
Het gaat bij het ontwerp van een atrium allereerst om de
onderlinge rangschikking van geluidproducerende en stiltebehoevende functies
rondom het atrium. Uiteraard is dat bij een winkelcentrum veel eenvoudiger dan
bij een school of een bibliotheek.
-
Het geluidniveau in een centrale ruimte wordt vooral
bepaald door de verhouding tussen absorberend oppervlak en het aantal sprekers.
Door de grote ruimte is het absorberend oppervlak meestal wel aan de hoge kant.
Het aantal sprekers hangt af van de functie die aan de ruimte wordt gegeven.
Het plaatsen van de kantine in de centrale ruimte leidt daarom automatisch tot
akoestische problemen.
-
Voor "grote glasoverkapte ruimten" bestaat een
aanbevolen nagalmtijd van 1.5 s. Dat is geen gelukkige norm omdat de nagalmtijd
stijgt met het volume van de ruimte. Bij sportzalen, bijvoorbeeld, varieert de
aanbevolen waarde met het volume.
-
Wellicht moet een architect zich afvragen of een atrium
wel een adequate ontwerpvorm is voor een school of bibliotheek. Er worden vaak
meer problemen mee geschapen dan opgelost.
-
Het toevoegen van absorptiemateriaal aan een sterk
galmend atrium en aan de aanliggende open verdiepingen kan de geluidniveaus op
omliggende verdiepingen met 20 dB reduceren.
-
Als de ervaren geluidniveaus dan nog te hoog zijn, kunnen
sommige geluidbronnen beter achter een wand of gesloten deur worden geplaatst.
-
Ook concentratie vereisende bezigheden zijn vaak het
beste af met afgesloten ruimten.
-
Simpel en doeltreffend. Daglicht uit het noorden; akoestische
absorptie in het zuiden. Bijkomende voordelen zijn: minder verkleuring van eventuele kunstwerken, geen
verblinding door zonlicht en veel minder kans op oververhitting in de zomer.

1. Trappenhuis en atrium
In de huidige webpagina wordt aandacht besteed aan
geluidvoortplanting over meerdere verdiepingen die via een open ruimte met
elkaar en verbinding staan. Onder die definitie valt dus een ook een "trappenhuis",
eventueel in de meest elementaire vorm. Dat de geluidoverdracht van een trappenhuis
naar aanliggende ruimten aanleiding kan zijn tot geluidhinder is uiteraard al
lang en breed bekend. De Nederlandse wetgever vindt het kennelijk ook zo
belangrijk dat het trappenhuis de enige ruimte is die in het Bouwbesluit wordt genoemd:
in een trappenhuis is een minimale hoeveelheid absorberend oppervlak vereist; de
waarde van het geluidabsorberend oppervlak (in m2) mag niet kleiner
zijn dan 1/8-ste deel van het volume in (m3) Die definitie ziet er
op het eerste oog wat merkwaardig uit, maar de geluidvoortplanting in lange
smalle ruimten kan in akoestische zin worden gevangen in formules voor
ventilatiekanalen. Daarvoor wordt uitgegaan van een verhouding tussen oppervlak
en omtrek van het kanaal [[1]].
Dat gebeurt ook in de trappenhuisformule als de hoogte wordt geëlimineerd.

Wat is dit? Een trappenhuis, een vide, een mini-atrium?
Hoe men het ook noemt, er wordt in ieder geval een hoop
geluid getransporteerd van boven naar beneden en andersom. Daardoor liggen er
rond deze ruimte slechts zeer matige werkplekken.
Aan de andere kant van het architectonische spectrum
bevindt zich het "atrium". Met name in hedendaagse winkelcentra en
grote kantoorcomplexen mogen zij, qua volume en architectonische status, tot de
kathedralen van de huidige tijd worden gerekend. Dit soort ruimten, klein en
groot, zijn het onderwerp van deze webpagina.
Atria vallen, akoestisch gezien, uiteen in twee delen:
-
De centrale ruimte. Het gaat dan uiteraard grotendeels om
het akoestisch klimaat op de begane grond. Op de eventuele (rol)trappen door de
ruimte hoeven we ons zelden om de akoestiek te bekommeren.
-
De aanliggende verdiepingsvloeren. Het geluidniveau wordt
daar beïnvloed door het geluid in het atrium. Dat kan overigens weer
worden veroorzaakt door het geluid dat op één van de andere
verdiepingsvloeren wordt veroorzaakt.
De akoestiek op de verdieping, waarbij bron en ontvanger
zich op dezelfde verdieping bevinden, wordt hier niet behandeld; het
geluid op de verdieping moet afkomstig zijn uit het centrale gedeelte. Als men
zich hierin toch wil verdiepen, komt een berekening in aanmerking volgens de
methode gegeven bij een restaurant of spreekzaal, al naar gelang de functie.
In het theoriegedeelte zijn beide ruimten al aan de orde
gekomen. Hoofdstuk B.14 gaat over de geluidvoortplanting van één
bron door het atrium en de verdiepingsvloeren en in hoofdstuk B.23 wordt een
berekening gemaakt in een atrium wanneer zich op de begane grond meerdere
sprekers tegelijk bevinden.
Daarmee zijn we dus aangeland bij de grootheden die
maatgevend zijn. Dat is enerzijds de hoeveelheid absorptie in de ruimte, maar
anderzijds is de bronsterkte en positionering nog belangrijker. Met absorptie
hebben we een speelruimte van ruwweg 20 dB; met de bronsterkte is die speelruimte
nog groter, zeker als we ook de bronpositie beschouwen. Hier ligt de
opgave voor de architect: welke geluidbronnen zijn er in het gebouw, waar worden
die geplaatst, hoe worden te luide bronnen afgeschermd met wanden en deuren, en
hoe wordt het geluid beperkt in stiltebehoevende ruimten?
2. De berekening van het geluidabsorberend
oppervlak in het centrale atrium
2.1 Geluidabsorptie in tabelvorm
De berekening van nagalmtijd en geluidniveau in een
centrale ruimte is goed te doen. Gestart wordt, zoals in veel andere gevallen
met een berekening van de totale hoeveelheid absorptie in een tabel. Maar een
atrium moet vaak eerst worden gemodelleerd. Dat staat getekend in figuur 1,
maar de details van het modelleren komen pas in deel 2.2 aan de orde.
Een voorbeeld van de berekening van de totale absorptie staat
in tabel 1, waarbij er voorlopig van wordt uitgegaan dat de ruimte leeg is.
Verder starten we met een sterk galmende ruimte waarin geen materialen zijn
aangebracht die geluid moeten absorberen. De wandmaterialen uit tabel 1 hebben
een absorptiecoëfficiënt van 6%. Dat is weinig, maar glas en
natuursteen absorberen volgens de tabel nog minder: 3%
[[2]].
Figuur1: Een voorbeeld van een atrium. Het centrale
deel heeft een doorsnede van 12 × 23 (gemiddeld) m2. De lengte
(loodrecht op het vlak van tekening) is 20 m. De rechter tekening geeft een
"vertaling" die nodig is om een simpele berekening van de akoestiek
in het centrale deel te kunnen maken.
Tabel 1: Berekening van de akoestische
grootheden voor de centrale hal uit figuur 1. In de ruimte bevindt zich (nog)
geen meubilair of publiek.
|
|
oppervlak
|
absorptie-
coëfficiënt
|
absorberend
oppervlak
|
|
|
[m2]
|
[-]
|
[m2]
|
|
vloer, natuursteen
|
240
|
0.03
|
7.2
|
|
plafond, glas
|
240
|
0.03
|
7.2
|
|
absorptie begane grond (groen)
|
120
|
0.25
|
30.0
|
|
borstweringen 1.3 m (blauw)
|
312
|
0.06
|
18.7
|
|
absorptie verdieping 1.7 m (rood)
|
408
|
0.06
|
24.5
|
|
rand langs plafond 2 m hoog (geel)
|
80
|
0.06
|
4.8
|
|
twee kopse kanten 12 × 23, glas
|
552
|
0.03
|
16.6
|
|
totaal oppervlak
|
222.4
|
|
109.0
|
Stel nu dat alle geluid in het atrium wordt geproduceerd
door sprekende mensen. Dan moeten we rekening houden met het aantal sprekers en
met de absorptie die mensen meebrengen. Die laatste waarde wordt veelal gesteld
op 0.5 m2 per persoon; het aantal sprekende mensen is vaak lastiger
te schatten. Wat is bijvoorbeeld het aantal mensen in een winkelcentrum? En wat
is dan maatgevend, de maandagochtend of de zaterdagmiddag? En hoeveel procent
van de mensen spreekt er eigenlijk? De sprekers zorgen voor geluidproductie,
maar de niet-sprekers helpen om de absorptie te vergroten.
Tabel 2: Een berekening van het geluidniveau
voor twee bezettingen van het atrium.
|
|
30 aanwezigen
10 sprekers (N)
|
300 aanwezigen
100 sprekers (N)
|
|
absorberend oppervlak van leeg atrium uit tabel 1
[m2]
|
109.0
|
109.0
|
|
absorptie door mensen bij 0.5 m2 per
persoon
|
15.0
|
150.0
|
|
absorberend oppervlak inclusief mensen (A) [m2]
|
124.0
|
259.0
|
|
gemiddelde absorptiecoëfficiënt [-]
|
0.06
|
0.13
|
|
Nagalmtijd [s]
|
7.1
|
3.4
|
|
A/N, absorptie per spreker [m2]
|
12.4
|
2.6
|
|
SPL volgens schatting uit figuur 2/rechts
[dB]
|
62
|
74
|
In tabel 2 staan twee gevallen doorgerekend. Daarin
blijkt het aantal aanwezigen in het voorbeeld van groot belang. De nagalmtijd
daalt bijvoorbeeld van 7.1 tot 3.4 s. Dat komt omdat er verder heel weinig
absorptie in het atrium aanwezig is. In een sterk absorberende ruimte zou de
relatieve invloed veel geringer zijn.
Zoals uiteengezet in de webpagina over het restaurant is
de spraakverstaanbaarheid afhankelijk van de hoeveelheid absorptie (A) per
spreker (N) én van de afstand tussen spreker en toehoorder. Die afstand
kan in een restaurant nog wel eens een paar meter zijn, maar in bijvoorbeeld
een winkelcentrum met lopende duo's komt een (aangepaste [[3]])
afstand van 50 cm zeker voor.
Figuur 2: De spraakverstaanbaarheid als functie van
de hoeveelheid absorberend oppervlak (A) per spreker (N) (linker figuur) en het
totale geluidniveau (rechts). In de figuren is rekening gehouden met het
Lombard-effect, waarbij mensen harder gaan praten in een omgeving met veel
ander geluid dat een spreker stoort. In dit geval wordt aangenomen dat alle
stoorgeluid wordt veroorzaakt door de andere sprekers in de ruimte.
Zie voor een uitgebreidere verhandeling de voorgaande
webpagina over het restaurant.
Een situatie met 300 mensen op 240 m2 (de
rechter kolom in tabel 2) kan zeer druk worden genoemd [[4]]. Als
dat geval wordt uitgezet als blauwe verticale lijn in figuur 2/links, zien we
alleen een redelijke spraakverstaanbaarheid als de sprekers en toehoorders naar
elkaar overbuigen. Het geluidniveau (figuur 2/rechts) is dan ongeveer 74 dB.
Dat is behoorlijk lawaaiig, maar er zijn zeker restaurants (ook zonder muziek)
te vinden waar het geluidniveau nog eens 5 dB hoger is. De reden is dat de
gemiddelde absorptiecoëfficiënt niet hoog is (13%) maar de ruimte is
zo groot dat het totale absorberende oppervlak toch nog redelijk is.
Indien in de ruimte 10 sprekers aanwezig zijn, kan de
spraakverstaanbaarheid volgens figuur 2/links variëren van goed tot
slecht, afhankelijk van de afstand r tussen spreker en toehoorder. Als
men een één-op-één-gesprek wil voeren gaat dat
prima. Het houden van een vergadering in zo'n ruimte, waarbij afstanden van 2 m
wenselijk zijn, moet echter worden ontraden omdat de spraakverstaanbaarheid
daalt tot matig/slecht. Dan moet dus in die ruimte het aantal sprekers worden
beperkt, óf de hoeveelheid absorberend materiaal moet drastisch worden
opgevoerd. Maar voordat dat onderwerp wordt behandeld, wordt eerst de
modellering van het atrium nader belicht.
2.2 Het modelleren van galerijen ter berekening
van de geluidabsorptie
Figuur 3 geeft links een voorbeeld van een "galerij"
of een "open verdieping", afhankelijk van de waarde van D. In
de opening boven de borstwering (die gesloten wordt verondersteld) verdwijnt
akoestische energie, maar er treedt ook weer energie naar buiten. Als de
galerij wordt gemodelleerd tot een vlakke plaat boven de borstwering is de
verhouding tussen de uitgaande en invallende energie niets anders dan de
absorptiecoëfficiënt. De opdracht is dus om het uitgaande pijltje in
de linker figuur te schatten. Puur theoretisch is dat onbegonnen werk; het
effect is nl. ook nog eens afhankelijk van de hoek van inval, maar een ruwe
schatting is wel mogelijk.
Figuur 3: Voor een berekening van de absorptie in een
centraal atrium moet een galerij (D is in de orde van 1 à 2 m) of een
open verdieping (bij grotere waarden van D) moet een schatting worden gemaakt
van de effectieve absorptie waarmee in het atrium kan worden gerekend.
Het is uiteraard mogelijk om er een klassieke berekening
volgens Sabine op los te laten, maar dat geeft soms problemen, zoals aangetoond
in tabel 3, die de Sabine-manier geeft om de absorptie terug te rekenen naar
een vlakke plaat.
Als de diepte van de galerij in figuur 3 gelijk is aan 1
m (middelste kolom), kunnen alle absorberende oppervlakken worden gesommeerd en
gedeeld door het oppervlak boven de borstwering. Er komt bij D = 1 m dan een
gemiddelde absorptiecoëfficiënt uit van 0.66. Dat lijkt redelijk.
Echter, een overeenkomstige berekening voor een diepte van 8 m levert een
waarde van 4.20. Dat is uiteraard onzin; een waarde boven 1.0 is fysisch
onmogelijk. Bij berekening met ray-tracing modellen blijken er zelfs altijd wel
wat energiedragende stralen terug te komen, zodat zelfs de waarde van 1.0 niet
helemaal gehaald wordt.
Tabel 3: Herberekening van de
absorptiecoëfficiënt voor de ruimte boven de borstwering als gegeven
in figuur 3. De gebruikte waarden zijn H = 3.0, B = 1.3, dus L = 1.7 m.
De herberekening geschiedt met behulp van de
absorberende oppervlakken, maar de maat loodrecht op het vlak van tekening zit
in ieder oppervlak en mag er dus uit gedeeld worden. Het werken met de
respectievelijke lengten is dan net wat handiger.
|
|
D=1.0 m
|
D = 8.0 m
|
|
plafond, absorptiecoëff. = 0.80 (rood
in figuur 3)
|
0.80
|
6.40
|
|
rechterzijde, 0.06 (blauw)
|
0.18
|
0.18
|
|
vloer, 0.06 (blauw)
|
0.06
|
0.48
|
|
binnenzijde borstwering, 0.06 (blauw)
|
0.08
|
0.08
|
|
totale absorberende lengte [m]
|
1.12
|
7.14
|
|
gemiddelde waarde
|
1.12 / 1.7 = 0.66
|
7.14 / 1.7 = 4.20
|
Een sluitende methode is niet te geven, maar een
schatting op basis van de plafondabsorptie werkt meestal goed genoeg zolang men
zich maar niet al te rijk rekent. Een schatting van de
absorptiecoëfficiënt in de rechter figuur waarbij de waarde gelijk
wordt genomen aan de coëfficiënt van het materiaal tegen het plafond
van de galerij zouden wij wel aandurven. Voor een nauwkeuriger berekening werkt
een ray-tracing-model waarschijnlijk goed genoeg, maar een validatie van het
model waarin de uitkomsten worden getoetst aan meetresultaten is ons niet
bekend. Figuur 4 geeft een tamelijk willekeurig voorbeeld waarin beide methoden
zijn vergeleken. Het lukt niet op de tiende dB, maar de overeenkomsten zijn
voor de praktijk goed genoeg.
Figuur 4: Vergelijking van een situatie met galerijen
en een geheel gesloten atrium. De grijze vlakken vertegenwoordigen 6% absorptie;
de rode vlakken staan voor 80%.
De figuren zijn kopieën uit webpagina B.14, figuren 2
en 3. De vergelijking op de begane grond gaat enigszins mank omdat daar
uiteraard een borstwering ontbreekt.
2.3 Vergroting van het absorberend oppervlak
De ruimte uit tabel 1 had een sterk galmend karakter en
in veel gevallen, afhankelijk van de functie van de ruimte, zal de nagalmtijd
te lang zijn, het geluidniveau te hoog en de spraakverstaanbaarheid
onvoldoende. Dan kan dus absorberend materiaal worden toegevoegd.
Het effect van die ingrepen kan simpelweg worden
becijferd door in tabel 1 de nieuwe getallen in te vullen. Stel dat we op het
galerijplafond van 1 m breed een materiaal aanbrengen met 80%
absorptiecoëfficiënt. Dan durven we in tabel 1 wel 0.7 in te vullen
voor de ruimten boven de borstweringen. Daardoor stijgt het aantal vierkante
meters absorptie met ongeveer 260 m2. Aangezien de oorspronkelijke
hoeveelheid (van de lege ruimte) gelijk was aan 109 m2, is dus
sprake van een factor 2.5 voor de lege ruimte. Als er mensen aanwezig zijn is
de relatieve toename geringer, maar toch dalen de geluidniveaus in beide
gevallen. A/N stijgt bij 10 mensen van 12.4 tot 38 m2. Die waarde
valt in figuur 2/rechts zelfs buiten de schaal. Het resulterende geluid valt in
de categorie "geroezemoes". Bij 100 sprekers stijgt A/N van 2.6 tot
5.4 m2, hetgeen een winst betekent van ruim 5 dB.
2.4 De positionering van absorberende de
materialen
Lang niet altijd kan de absorptie op het galerijplafond
worden aangebracht. Dan moet dus een ander plaats worden gezocht. De
borstweringen worden dan nog wel eens absorberend uitgevoerd. Maar de absorptie
kan uiteraard ook op ander plaatsen worden aangebracht. Soms is het deel boven
de borstwering gesloten en van glas. Dan ziet men nogal eens dat de
borstweringen aan de atriumzijde absorberend worden uitgevoerd. Dat gaat dan
uiteraard weer niet als het glas van vloer tot plafond wordt aangebracht. Figuur
5/links toont een soortgelijke situatie waarbij vrijwel alle niet-transparante
vlakken met absorptiemateriaal zijn bekleed. De rechter foto van figuur 5 toont
een oplossing waar niet alleen de galerijen zijn voorzien van absorptie, maar
ook de hoge wand is voorzien van absorptie.
Figuur 5: Het gebruik van absorptiematerialen in een atrium.
Links zijn alle lichtbruine panelen van absorptiematerialen met een
geperforeerde houten toplaag. Rechts vindt men absorptie tegen de plafonds van
de galerijen plus een wand die bestaat uit geperforeerd multiplex met
achterliggende glaswol.
Een andere mogelijkheid is om de absorptie aan te
brengen tegen het plafond [[5]],
maar veel atria zijn nu juist ontworpen om daglicht binnen te halen
[[6]],
zodat het dak veelal van glas is. Toch is er in het plafond wel degelijk winst
te halen. Een deel van het plafond kan gesloten zijn en er kunnen baffles
worden opgehangen. Ook zijn er jaloezie-systemen te koop waarin
geluidabsorberend materiaal verwerkt, die dienen tegen oververhitting van het
atrium door de zon [[7]].
Een lastig probleem vormen de ruimten die oorspronkelijk
zijn ontworpen voor de buitenlucht, waar later een overkapping is aangebracht. Niets
absorbeert zo goed als een open plafond en als dat dan wordt vervangen door een
glazen dak haalt men automatisch akoestische problemen binnen. Gelukkig vallen
de problemen vaak wel mee omdat de absorptiecoëfficiënten weliswaar
laag zijn, maar de geometrisch oppervlakken groot, zodat het totale
absorberende oppervlak nog wel redelijk is. Als het aantal sprekers dan binnen
de perken blijft vallen de problemen wel mee. In overdekte winkelcentra is de
absorptie op de begane grond wel redelijk als alle winkeliers hun winkeldeuren
open zetten.
Figuur 6: Twee voorbeelden van een later aangebrachte
overkapping. Links een winkelcentrum, rechts een schoolplein. In het linker
geval is de nagalmtijd uiteraard sterk gestegen na installatie van de
overkapping, maar zorgen open winkels voor de allernoodzakelijkste absorptie; in
het rechter geval is de nagalm zeer sterk, maar is het aantal geluidbronnen
veelal zeer laag.
2.5 De geluidniveaus op open verdiepingen (gedeeltelijke
herhaling van B.23)
Voor de volledigheid wordt hier een voorbeeld herhaald van
een atrium dat in webpagina B.23 al aan de orde is geweest. Het wordt hier
gegeven om het belang te illustreren van absorptiemateriaal op open
verdiepingen.
Op de begane grond bevinden zich 10 sprekers. Figuur 7
geeft links een galmende situatie (de rode vlakken absorberen nauwelijks) en rechts
een situatie waarin absorptiemateriaal is aangebracht (rood vertegenwoordigt
80% absorptie).
Figuur 7: Berekening van het geluidniveau van 10
sprekers op conversatiesterkte waarbij het Lombardeffect meespeelt. De lengte
loodrecht op het vlak van tekening is 20m. De situatie moet symmetrisch worden
gedacht; het linkerdeel van de plot is weggelaten.
Alle grijze vlakken plus de beide kopse vlakken
vertegenwoordigen 6% absorptie. Links hebben de rode vlakken ook 6 %; rechts is
dat 80%.
De les uit de voorbeelden is dat absorptie een bijdrage
kan leveren indien geluidniveaus moeten worden beperkt: de verschillen tussen
links en rechts zijn gigantisch. In het atrium, ter hoogte van de borstweringen,
is het verschil globaal 10dB. Maar helemaal rechts op de verdiepingsvloeren
zien we nog ca. 10 dB extra winst.
3. Het akoestisch ontwerp van een atrium
3.1 De akoestische eisen voor een atrium
Er bestaat in Nederland een voorkeurswaarde voor
"Grote glasoverkapte ruimten" (GGR). De maximale nagalmtijd wordt
daarin gesteld op 1.5 s. Dat is dus zeer streng als we het vergelijken met de
waarden uit tabel 1. En zelfs als we 260 m2 absorptie toevoegen
zoals in paragraaf 2.3 halen we de gewenste tijd nog niet.
Maar de nagalmtijd zegt helaas weinig omdat die stijgt
met de afmetingen van de ruimte. Het woord "Grote" in een GGR dient
dus nader te worden gespecificeerd. Een voorbeeld hiervan vindt men bij sportzalen.
Daar stijgt de toegelaten nagalmtijd met het volume van de ruimte. En eigenlijk
ligt daaronder een norm voor een constante gemiddelde
absorptiecoëfficiënt die gelijk gekozen is aan 28%.
Maar een norm staat of valt uiteraard met de
architectonische functie. Op de verdiepingsvloeren van figuur 7/rechts
variëren de geluidniveaus tussen 35 en 50 dB. Voor een winkel is dat
(wellicht té) rustig; voor een kantoor noemen we waarden van 35 tot 50 dB
"rustig" tot "redelijk rumoerig". Voor een kantoor kan 50
dB soms aanvaardbaar zijn, maar 50 dB is duidelijk te hoog voor de leeszaal van
een bibliotheek of een les- en leerruimte in een school.
3.2 Akoestische lessen voor de praktijk bij het atriumontwerp
Bij het ontwerpen van een atrium zullen allereerst de
functies in kaart moeten worden gebracht. Dat geldt uiteraard bij ieder gebouw,
maar bij een atrium is het manifester omdat, door de open ruimte, de
geluidoverdracht veel verder reikt dan in een ander gebouw. Daarbij het gaat
het bij sommige functies om de geluidproductie (dus: waar moeten de
geluidbronnen?) en bij andere functies om de toehoorders (dus: waar moeten de
stiltebehoevende functies?).
De volgende opgave is om na te gaan of functies dan beter
in gesloten of in open ruimten kunnen worden ondergebracht. We hebben het niet
wetenschappelijk onderzocht maar waarschijnlijk is het meest gefotografeerde
atrium dat van Lloyds Bank in Londen. Op die foto's is te zien dat eigenlijk
alle varianten van open en gesloten verdiepingen erin voorkomen; figuur 8 laat
dat die varianten zien.
Bij gesloten verdieping zijn simpele wanden en deuren
veelal voldoende. Zelden treft men in dit soort gebouwen stampende machines [[8]]. Indien
verdiepingen open zijn moet meestal heel veel absorptie worden toegepast.
Wellicht worden atria in scholen en bibliotheken wat al
te makkelijk toegepast; de nadelen zijn soms groter dan de voordelen. Er is
bijvoorbeeld een hausse in open scholen, maar de eerste toegevoegde
tussenwanden in open scholen kunnen al worden bewonderd en in Engeland woedt
een discussie over de grote hinder die blinde en slechtziende kinderen
ondervinden van het slechte akoestische klimaat in open scholen [[9]].

Figuur 8: Rond een atrium kan iedere mogelijke vorm
van verdieping worden gekozen. Per functie van geluidbron of
concentratie-eisende taak kan een keuze worden gemaakt.