TULogo
Inleiding
A. Spreken en horen
B. Theorie
C. Absorptievoorbeelden
D. Ontwerpregels
D.10 Sportzaal
D.12 Zwembad
D.20 Restaurant
D.22 Van trappenhuis tot atrium
D.24 Museum
D.26 Bibliotheek
D.40 Slechthorenden
D.42 Slechtzienden
D.44 Inst. Verst. Gehandicapten
D.46 Normen instellingen
D.50 Lokaal basisschool
D.52 Spreekzalen, alle maten
D.60 Meer ruimten in 1 gebouw
D.62 Bioscoop
D.64 Conservatorium, Muziekschool
D.70-A Muziekzaal, begrippen
D.70-B Concertzaal, ontwerp
D.71 Operazalen
D.72 Mikrofoons in de zaal
D.73 Variabele akoestiek
D.74 Zalen voor lichte muziek
D.80 Kantoren
E. PDF's
F. Artikelen
G. Colofon

Enkele aanvullende opmerkingen over musea

 
 

 

Samenvatting akoestische maatregelen in musea

  • In een museumzaal waar alle bezoekers en kunstobjecten vrijwel zwijgen is akoestisch absorptiemateriaal overbodig.

  • In sommige musea maken bezoekers wél geluid, bijvoorbeeld omdat het museum zich richt op de jeugd. Een absorberend plafond is dan onvermijdelijk.

  • In sommige musea zwijgen ook de kunstobjecten niet. Met name als er meerdere objecten tegelijk geluid maken is een absorberend plafond onvermijdelijk.

  • Toelichtende films en video's verdienen niet te worden weggestopt in een galmende hoek van een museumzaal. Het beeld is dan altijd wel zichtbaar; maar het bijpassend commentaar is soms onverstaanbaar.

  • De moderne luidsprekertechniek maakt het mogelijk om het geluid  van presentaties sterk te richten op de kijker/luisteraar, zodat de overige museumbezoekers niet worden gestoord.

  • In een museum bevinden zich ook andersoortige ruimten waar wordt gewerkt, vergaderd, gepresenteerd, gegeten, e.d. Die ruimten vallen uiteraard onder de hoofdstukken kantoor, restaurant, leslokaal, enz.

 

Akoestische eigenschappen van een museum

De akoestische eigenschappen van een museum zijn in grote lijnen te vergelijken met die van een restaurant, atrium, enz. Er zijn echter een paar specifieke valkuilen die een kleine aparte behandeling vragen.

Figuur 1 geeft het geluidniveau in een ruimte waarin spraak de voornaamste bron van geluid is. Vertikaal staat het geluidniveau uit, horizontaal de hoeveelheid absorberend oppervlak (A in m2) per spreker (N) in een ruimte. In tegenstelling tot voorgaande ruimten wordt nu ook het spraakvermogen als parameter geïntroduceerd: zacht, normaal en luid [[1]].

Figuur 1:  Het geluidniveau bij een gegeven hoeveelheid absorptie per spreker. De grafiek geldt bij ieder volume.

 

Veel bezoekers van een schilderijen- of beeldententoonstelling hullen zich in devoot zwijgen. De waarde van N, het aantal sprekers is dus laag en de grootheid A/N is automatisch groot tot zeer groot. Waarden boven A/N = 30 worden moeiteloos bereikt en de geluidniveaus zijn laag. In veel museumzalen wordt het gebruik van absorptiematerialen dan onnodig geacht. Museumzalen zijn vaak sterk galmende ruimten, maar zolang niemand geluid maakt, merkt men daar niets van [[2]].

 

Akoestische problemen in musea?

De akoestiek lijkt dus een simpel karwei voor de architect van een museum. In de praktijk valt dat tegen omdat er in de praktijk niet altijd aan het stereotiepe beeld van een museum wordt voldaan. We zullen een paar uitzonderingen behandelen.

 

De niet-tentoonstellingsruimten

Een museum bevat allerlei andere ruimten: kantoren, een magazijn, een restaurant voor bezoekers en/of personeel, enz. Het geluid in deze ruimten volgt de gebruikelijke akoestische wetten. Toch zijn er wel degelijk musea te vinden waarin de architect het ontbreken van absorptiemateriaal in de tentoonstellingszalen ten onrechte heeft voortgezet in de overige ruimten. Het opvolgen van de lessen uit het voorgaande site-deel kan het akoestisch klimaat opknappen.

 

Jeugdige bezoekers

Sommige musea zijn afgestemd op jeugdig bezoek. In figuur 1 is af te leiden wat er gebeurt. Het aantal sprekers neemt drastisch toe, waardoor A/N daalt en verder is de "vocale output" van de bezoekers meestal groter. Sommige musea zijn te rumoerig terwijl de toevoeging van absorptiemateriaal het akoestisch klimaat had kunnen veraangenamen.

 

 

Het strakke plafond

Om de getoonde kunstwerken goed tot hun recht te laten komen betrachten architecten van musea soms een uiterste terughoudendheid van plafond, wanden en vloer. Dat is een loffelijk streven. De gewenste akoestiek kan dan eventueel worden bereikt met geluidabsorberend stucwerk, al is juist de fijnste korrel het duurst.

Als wordt besloten tot een spektakelplafond is het veel simpeler om absorptiemateriaal aan te brengen. In de rechter foto is dat niet gedaan, maar het was een peulenschil geweest om tussen de balken een goedkoop zwart absorptiemateriaal aan te brengen. Met name in dit geval had dat ook geholpen om het hoge geluidniveau van het klimaatsysteem te bestrijden [[3]].

 

 

De akoestische omgeving voor de videopresentatie

Veel tentoonstellingen van kunstenaars worden begeleid door een film over werk en leven. De ervaring leert dat dergelijke films soms slecht verstaanbaar zijn, omdat wordt gepresenteerd onder dezelfde galmende omstandigheden als waarin de kunstwerken worden getoond. Een apart filmzaaltje helpt enorm, maar het dient dan rijkelijk te worden voorzien van absorptiemateriaal Ook een videoscherm in een afgescheiden hoek van een zaal verdient akoestische aandacht.

 

Twee video presentaties binnen twee meter. Dat moet tot moeilijkheden leiden in de spraakverstaanbaarheid als de ruimte ook nog eens sterk galmt. Een koptelefoon helpt dan (een beetje).

Een videopresentatie in een galmend trappenhuis. Er is weinig van te verstaan.

 

Het kunstobject maakt geluid

Als het kunstobject geluid maakt gelden dezelfde regels als bij de videopresentatie. Als er één object geluid maakt kunnen we de akoestische dominantie die nu eenmaal ontstaat in een galmput voor lief nemen, al is het wel hinderlijk als het geluid zalenver te horen is. Bij meerdere presentaties tegelijk gelden dezelfde akoestische wetten als in een restaurant. In een ruimte met weinig absorptie ontaardt het geluid in een kakofonie en moet men het object (zeer) dicht naderen om het geluid te kunnen verstaan. Zelfs een vorm van het Lombardeffect [[4]] is te constateren. De objecten zijn in onderlinge concurrentie en de volumeknop wordt steeds hoger gedraaid waardoor het totale geluidniveau nog hoger wordt.

 

 

 

 

Zo kan het ook:

Museum aan de stroom, Antwerpen

 

 

In 2011 werd het Museum aan de Stroom in Antwerpen geopend. Op de bovenste twee verdiepingen herbergt het museum (o.a.) een wonderbaarlijke collectie antieke beeldjes van het echtpaar Paul en Dora Janssen-Arts. Maar ook voor de akoestische fijnproevers bevat het museum enkele akoestische hoogstandjes zoals getoond in onderstaande foto's rechts en linksonder.

De foto linksonder toont een videopresentatie met mevrouw Janssen-Arts. Het geluid komt uit een vrij klassieke luidsprekerzuil, bestaande uit een serie luidsprekertjes. Door de manier van monteren is de geluidbundel smal in horizontale richting; alleen vrijwel recht voor het videoscherm is het verhaal uitstekend te verstaan. Een paar meter naar links of rechts blijft er van het geluid niets over, hetgeen automatisch betekent dat de rest van de museumzaal niet wordt gestoord door het geluid [[5]].

Het witte vlak tegen het plafond op de rechter foto is een sterk gerichte luidspreker. De zittende dame op de foto kan de toelichting voortreffelijk volgen. Zodra zij echter de poef verlaat is het geluid vrijwel onhoorbaar.

 

 

 


[1]     Voor een uitgebreidere uiteenzetting wordt verwezen naar elders in de site. Met name het theoriedeel over het lombardeffect (B.26) en het voorgaande deel over het restaurant (D.20) komen daarvoor in aanmerking.

[2]     Het heeft wel als consequentie dat de luchtbehandelingsinstallatie soms een penetrant gezoem laat horen.

[3]     Dit voorbeeld en de volgende komen uit het Stedelijk Museum Schiedam; ze kunnen echter overal in Museumland worden gevonden. Het Schiedams museum komt nu eenmaal vaker voor de camera, omdat de fotograaf er vaak en graag komt.

[4]     Zie het sitedeel over meervoudige sprekers (B.24).

[5]     In het museum is de luidsprekerzuil (gelukkig? helaas?) niet te zien; de zuil hangt in het duister. Om te fotograferen moest worden geflitst.