
Samenvatting akoestische maatregelen in musea
-
In een museumzaal waar alle bezoekers
en kunstobjecten vrijwel zwijgen is akoestisch absorptiemateriaal overbodig.
-
In sommige musea maken bezoekers wél
geluid, bijvoorbeeld omdat het museum zich richt op de jeugd. Een absorberend
plafond is dan onvermijdelijk.
-
In sommige musea zwijgen ook de
kunstobjecten niet. Met name als er meerdere objecten tegelijk geluid maken is
een absorberend plafond onvermijdelijk.
-
Toelichtende films en video's verdienen niet te worden weggestopt in een galmende hoek
van een museumzaal. Het beeld is dan altijd wel zichtbaar; maar het bijpassend
commentaar is soms onverstaanbaar.
-
In een museum bevinden zich ook andersoortige
ruimten waar wordt gewerkt, vergaderd, gepresenteerd, gegeten, e.d. Die ruimten
vallen uiteraard onder de hoofdstukken kantoor, restaurant, leslokaal, enz.
Akoestische eigenschappen van een museum
De akoestische eigenschappen van een museum zijn in grote
lijnen te vergelijken met die van een restaurant, atrium, enz. Er zijn echter
een paar specifieke valkuilen die een kleine aparte behandeling vragen.
Figuur 1 geeft het geluidniveau in een ruimte waarin
spraak de voornaamste bron van geluid is. Vertikaal staat het geluidniveau uit,
horizontaal de hoeveelheid absorberend oppervlak (A in m2)
per spreker (N) in een ruimte. In tegenstelling tot voorgaande ruimten
wordt nu ook het spraakvermogen als parameter geïntroduceerd: zacht, normaal en
luid [[1]].

Figuur 1: Het geluidniveau bij een gegeven hoeveelheid
absorptie per spreker. De grafiek geldt bij ieder volume.
Veel bezoekers van een schilderijen- of
beeldententoonstelling hullen zich in devoot zwijgen. De waarde van N,
het aantal sprekers is dus laag en de grootheid A/N is automatisch groot
tot zeer groot. Waarden boven A/N = 30 worden moeiteloos bereikt en de
geluidniveaus zijn laag. In veel museumzalen wordt het gebruik van
absorptiematerialen dan onnodig geacht. Museumzalen zijn vaak sterk galmende
ruimten, maar zolang niemand geluid maakt, merkt men daar niets van
[[2]].
Akoestische problemen in musea?
De akoestiek lijkt dus een simpel karwei voor de
architect van een museum. In de praktijk valt dat tegen omdat er in de praktijk
niet altijd aan het stereotiepe beeld van een museum wordt voldaan. We zullen
een paar uitzonderingen behandelen.
De niet-tentoonstellingsruimten
Een museum bevat allerlei andere ruimten: kantoren, een
magazijn, een restaurant voor bezoekers en/of personeel, enz. Het geluid in
deze ruimten volgt de gebruikelijke akoestische wetten. Toch zijn er wel
degelijk musea te vinden waarin de architect het ontbreken van
absorptiemateriaal in de tentoonstellingszalen ten onrechte heeft voortgezet in
de overige ruimten. Het opvolgen van de lessen uit het voorgaande site-deel kan
het akoestisch klimaat opknappen.
Jeugdige bezoekers
Sommige musea zijn afgestemd op jeugdig bezoek. In figuur
1 is af te leiden wat er gebeurt. Het aantal sprekers neemt drastisch toe,
waardoor A/N daalt en verder is de "vocale output" van de
bezoekers meestal groter. Sommige musea zijn te rumoerig terwijl de toevoeging
van absorptiemateriaal het akoestisch klimaat had kunnen veraangenamen.

 
Het strakke plafond
Om de getoonde kunstwerken goed tot hun recht te laten
komen betrachten architecten van musea soms een uiterste terughoudendheid van
plafond, wanden en vloer. Dat is een loffelijk streven. De gewenste akoestiek
kan dan eventueel worden bereikt met geluidabsorberend stucwerk, al is juist de
fijnste korrel het duurst.
Als wordt besloten tot een spektakelplafond is het veel
simpeler om absorptiemateriaal aan te brengen. In de rechter foto is dat niet
gedaan, maar het was een peulenschil geweest om tussen de balken een goedkoop
zwart absorptiemateriaal aan te brengen. Met name in dit geval had dat ook
geholpen om het hoge geluidniveau van het klimaatsysteem te bestrijden [[3]].
De akoestische omgeving voor de videopresentatie
Veel tentoonstellingen van kunstenaars worden begeleid
door een film over werk en leven. De ervaring leert dat dergelijke films soms
slecht verstaanbaar zijn, omdat wordt gepresenteerd onder dezelfde galmende
omstandigheden als waarin de kunstwerken worden getoond. Een apart filmzaaltje helpt
enorm, maar het dient dan rijkelijk te worden voorzien van absorptiemateriaal
Ook een videoscherm in een afgescheiden hoek van een zaal verdient akoestische aandacht.
|
|
|
Twee video presentaties binnen twee meter. Dat moet tot
moeilijkheden leiden in de spraakverstaanbaarheid als de ruimte ook nog eens
sterk galmt. Een koptelefoon helpt dan (een beetje).
|
Een videopresentatie in een galmend trappenhuis. Er is
weinig van te verstaan.
|
Het kunstobject maakt geluid
Als het kunstobject geluid maakt gelden dezelfde regels
als bij de videopresentatie. Als er één object geluid maakt kunnen we de
akoestische dominantie die nu eenmaal ontstaat in een galmput voor lief nemen,
al is het wel hinderlijk als het geluid zalenver te horen is. Bij meerdere
presentaties tegelijk gelden dezelfde akoestische wetten als in een restaurant.
In een ruimte met weinig absorptie ontaardt het geluid in een kakofonie en moet
men het object (zeer) dicht naderen om het geluid te kunnen verstaan. Zelfs een
vorm van het Lombardeffect [[4]]
is te constateren. De objecten zijn in onderlinge concurrentie en de volumeknop
wordt steeds hoger gedraaid waardoor het totale geluidniveau nog hoger wordt.
