TULogo
Inleiding
A. Spreken en horen
B. Theorie
C. Absorptievoorbeelden
D. Ontwerpregels
D.10 Sportzaal
D.12 Zwembad
D.20 Restaurant
D.22 Van trappenhuis tot atrium
D.24 Museum
D.26 Bibliotheek
D.40 Slechthorenden
D.42 Slechtzienden
D.44 Inst. Verst. Gehandicapten
D.46 Normen instellingen
D.50 Lokaal basisschool
D.52 Spreekzalen, alle maten
D.60 Meer ruimten in 1 gebouw
D.62 Bioscoop
D.64 Conservatorium, Muziekschool
D.70-A Muziekzaal, begrippen
D.70-B Concertzaal, ontwerp
D.71 Operazalen
D.72 Mikrofoons in de zaal
D.73 Variabele akoestiek
D.74 Zalen voor lichte muziek
D.80 Kantoren
E. PDF's
F. Artikelen
G. Colofon

Enkele aanvullende opmerkingen over bibliotheken

 
 

 

Samenvatting akoestische maatregelen in bibliotheken

  • Voor taken die uiterste concentratie vereisen wordt in de normen een achtergrondniveau van 35 dB gesteld [[1]]. In een bibliotheek dienen plekken met dergelijke niveaus ruimschoots aanwezig te zijn.

  • Lage geluidniveaus zijn alleen bereikbaar door veel geluidabsorberend materiaal aan te brengen. Veel geluidabsorberend materiaal is noodzakelijk, maar niet voldoende.

  • In een bibliotheek vindt men functies die geluid produceren en functies die stilte behoeven. Een laag geluidniveau in de stilteplekken vereist een zorgvuldige onderlinge situering van functies door het gebouw.

  • Dat geldt voor een bibliotheek met ruimten die onderling zijn gescheiden via wanden en deuren. Maar de op te lossen problemen worden veel talrijker indien de bibliotheek is voorzien van een open verbinding tussen de verdiepingen, bijvoorbeeld via een atrium.

  • Gevulde boekenkasten dragen bij aan de absorptie in een ruimte. Het is echter onmogelijk om de boekenkasten de hele akoestische last te laten dragen [[2]].

  • Vloerbedekking is o.a. zeer aan te bevelen om het geluid van schuivende stoelen en schoenen te dempen.

  • Boekenkasten met gesloten achterwanden kunnen deel zijn van lokale geluidschermen. Dergelijke schermen zijn vaak nodig om aparte stille plekken te creëren. Dat lukt overigens alleen als schermen worden gecombineerd met veel absorptie. Schermen dienen dan meestal ook vrijwel verdiepinghoog te zijn.

 

De bibliotheek als stiltecentrum

Voor werk dat maximale concentratie vereist mag het niveau van het achtergrondgeluid niet hoger zijn dan 35 dB. Het achtergrondgeluid in een klaslokaal met schuifelende voeten, knisperend papier en enig gefluister hadden we al eerder gegeven als 40 dB, dus de eis van 35 dB mag "zeer streng" worden genoemd [[3]].

In leeszalen van bibliotheken probeerde men tot voor kort altijd aan die eis te voldoen, maar in moderne bibliotheekontwerpen herkent men vaak de teloorgang van de leeszaal. De nieuwe bibliotheek van de TU-Delft (gebouwd in de laatste jaren van de twintigste eeuw) ontbeerde bijvoorbeeld een aparte leeszaal. Het lezen van wetenschappelijke artikelen diende daar te geschieden in de centrale hal, hetgeen geen sinecure was. Maar het probleem heeft zich vanzelf opgelost doordat alle moderne wetenschappelijke tijdschriften on-line te bestuderen zijn, zodat de lezer zelf controle heeft over de omgeving. De TU-leeszaal voor het bestuderen van papieren tijdschriften is op dit moment nog slechts in rudimentaire vorm aanwezig; de studiezaal met computers is vele malen groter. Die ruimte herbergt gemiddeld ca. 100 mensen tegelijk die zich veelal stil gedragen, zodat het gemeten geluidniveau uitkomt op ongeveer 40 dB. Dat wordt bereikt met een uitstekend absorberend plafond, maar absorberend meubilair draagt ook bij. De toegepaste vloerbedekking heeft waarschijnlijk slechts een marginale bijdrage aan de geluidabsorberende werking, maar er is een veel belangrijker effect: de geluidproductie van schuivende stoelen en schuifelende voeten wordt drastisch verlaagd.  

Concentratie-vereisende werkzaamheden blijken zeer wel mogelijk in de TU-studiezaal, maar toch blijft een waarde van 35 dB in moderne bibliotheken nastrevenswaard. Er is ons geen akoestische literatuur bekend waarin wordt aangetoond dat de moderne mens zich bij hogere geluidniveaus kan concentreren [[4]]. Anderzijds bestaan er wel degelijk bibliotheken waar wordt verondersteld dat de evolutie van ons gehoororgaan wél in een paar decennia is geschied. Het geluidniveau haalt daar 55 dB of meer; bezoekers moeten de open leesruimte passeren; er wordt vrijelijk gediscussieerd en een espressomachine zorgt voor de achtergrondmuziek [[5]].

 

De bibliotheek als leesbevorderaar

In het voorjaar van 2007 werden in Nederland vier nieuwe bibliotheken opgeleverd. De Volkskrant wijdde er een artikel aan [[6]], waarbij nogal tegenstrijdige visies naar voren kwamen over de functie van de bibliotheek als cultuurdrager en de daaruit volgende verdeling van functies over het gebouw.

De geleerden zijn het dus niet eens over de precieze functie, maar gezien de gebouwen schijnt een atrium welhaast noodzakelijk te zijn. In hoeverre een atrium het lezen bevordert is niet duidelijk, wel is aangetoond dat een atrium zorg draagt voor een maximale verspreiding van het geluid over de verdiepingen. Het effect van geluidtransport en de mogelijke maatregelen om dat, indien gewenst, te voorkomen is uitgebreid behandeld in webpagina D.22 over atria.

 

Functies binnen het gebouw

In het atria-deel is uiteengezet dat een grote hoeveelheid absorptiemateriaal gewenst is om lage geluidniveaus te bereiken. In een bibliotheek met atrium en open verdiepingen is dat dus altijd vereist, maar absorptiemateriaal is zinloos indien de geluidproducerende en stiltebehoevende functies in zo’n bibliotheek onderling verkeerd zijn gesitueerd. Een minimale geluidhinder is eenvoudig te bereiken:

  • als de geluidproductie van de verschillende bronnen in het gebouw wordt beperkt [[7]],

  • als geluidbronnen eventueel worden ingepakt tussen muren en/of achter een deur,

  • als de bronnen worden gesitueerd op plaatsen waar ze geen kwaad kunnen. De koffiecorner of het voorleestheater voor de vierjarigen moet natuurlijk niet precies onder in het atrium worden gesitueerd.

  • als de stiltevragende functies ook op stille plekken worden gesitueerd, wellicht kan een leeszaal het beste achter een dichte deur worden gesitueerd.

Wellicht zouden opdrachtgever en architect in het ontwerpstadium zelfs tot de conclusie kunnen komen dat een open atrium in een bibliotheek meer nadelen dan voordelen kent.

 

De akoestische problemen zijn in een tamelijk gesloten gebouw eenvoudiger op te lossen, maar ook daar is aandacht vereist. Indien de studiezaal via een dun wandje is gescheiden van het voorleestheater voor de zesjarigen, zullen de geluidniveaus in de studiezaal zeker de 40 dB overschrijden. Een dikke wand kan dan een oplossing zijn, maar een andere verdeling van de ruimten in het gebouw is soms een fraaiere oplossing.

Veel bibliotheken zijn “half-open”. Dat wil zeggen dat grote open ruimten zijn gevuld met series boekenkasten. Daar zijn lokaal stiltegebieden te creëren door het toepassen van veel absorptie (met name om de lange-afstandsoverdracht te beperken) en lokale “schermen”. Gesloten boekenkasten kunnen dan voortreffelijk als scherm fungeren [[8]].

 

Niet-specifieke functies

Er gebeurt in een bibliotheek uiteraard meer dan lezen. Er zijn ook kantoren en de stafmedewerkers moeten hun lunch kunnen consumeren. De ontwerpopgave voor dergelijke ruimten komen in andere delen van de site aan de orde. Maar er moet in een bibliotheek wel meer rekening met de situering worden gehouden. De kantine op de begane-grondvloer van een atrium is in sommige gebouwen wel te tolereren, maar in een bibliotheek kan er toch beter een andere plek voor worden gezocht.

 

 

 


[1]     Zoals steeds bedoelen we het A-gewogen equivalente geluidniveau.

[2]     Bij eigen metingen in lege en gemeubileerde kamers zijn we soms aangenaam verbaasd over het absorberende vermogen van boekenkasten. We zijn echter nooit overgegaan tot een meer systematische meting en duidelijke gegevens uit de literatuur zijn ons ook niet bekend. Door het ontbreken van die gegevens is het ook lastig om aan te geven hoeveel absorberend materiaal (bijvoorbeeld per vloeroppervlak) moet worden toegevoegd. De boekenkasten kunnen echter niet volledig alle absorptie voor hun rekening nemen.

[3]     Alleen voor concertzalen, geluidstudio's, e.d. worden nog zwaardere eisen gesteld voor een lege ruimte. Dat is vooral om eisen te stellen aan het ventilatiegeluid en aan het geluid dat van buiten de ruimte doordringt. Zodra er stil publiek in een zaal aanwezig is wordt de 35 dB al bereikt. Het publiek moet letterlijk de adem inhouden voor lagere niveaus.

[4]     Er zijn uiteraard boeken die je nog door de tekst zuigen bij 80 dB achtergrondgeraas, maar het gaat hier nu juist om minder boeiende boeken en tijdschriften die toch door de lezer moeten worden begrepen.

[5]     Het getuigt in feite van een ernstig dedain voor de inhoud van kranten en tijdschriften om het lezen daarvan op relatief lawaaiige plaatsen te situeren. Impliciet wordt die inhoud dus op een lager niveau gesteld dan de inhoud van boeken. De Amsterdamse openbare bibliotheek kent zelfs een “leescafé”. Dat is uiteraard een contradictio in terminis.

[6]     "Boekenplank als podium", Volkskrant, Kunst en Cultuur, 5 juli 2007.

[7]     Strenge eisen moeten worden gesteld aan het ventilatiesysteem. Sommige systemen veroorzaken zelf al 35 dB of meer.

In de Amsterdamse OBA bevinden de roltrappen zich in het hart van het gebouw. Het geratel is op vele plaatsen in het gebouw de belangrijkste bron van geluid (en ergernis?).

[8]     Er is een aparte webpagina opgenomen over de toepassing van “scherm en scheidingswand”.