Samenvatting
akoestische maatregelen in zorginstellingen
-
Absorptie moet. Meestal is het voldoende om
absorptiemateriaal tegen het plafond aan te brengen, maar als meubilering en
stoffering spaarzaam is kan aanvullende absorptie noodzakelijk zijn. De
bepaling van de hoeveelheid absorberend materiaal wordt uitgesteld tot de
volgende webpagina.
-
De regel geldt vooral in verblijfs- en werkruimten, waar
meerdere geluidbronnen tegelijk aanwezig zijn. Echter, ook verkeersruimten en
woonkamers verdienen een akoestische behandeling.
-
De vorm van de ruimte heeft invloed. In L- en U-vormige
ruimten kunnen speciale plaatsen worden gecreëerd, bijvoorbeeld voor de TV of
voor de keuken. Echter, dergelijke maatregelen werken alleen in samenwerking
met geluidabsorberende materialen. In een galmende ruimte ontstaan nooit
relatief stille plekken.
-
Een ernstige waarschuwing is op zijn plaats indien
bewoners worden gehuisvest in standaard eengezinshuizen. Juist omdat er vaak
meerdere "geluidbronnen" aanwezig zijn is ook hier vrijwel altijd
extra absorptie vereist vergeleken met de standaard woonkamer voor een gezin.
Bovendien is de norm voor de geluidisolatie tussen slaapvertrekken ontleend aan
de standaard gezinssituatie. Die is onvoldoende voor de huisvesting van
verstandelijk gehandicapten.
1. Typen ruimten in zorginstellingen voor gehandicapten en
bejaarden
In een instelling voor verstandelijk gehandicapten, maar ook
voor bejaarden, vindt
men aparte woon-/slaapkamers voor de bewoners; daarnaast is er een gezamenlijke
verblijfsruimte waarvan het vloeroppervlak vaak in de orde van 80 m2
is. In die ruimte verblijven twee tot tien bewoners plus één of twee stafleden.
Het maximale aantal aanwezigheden wordt bereikt tijdens de gezamenlijke
maaltijd.
Dagactiviteiten vinden plaats in daartoe ingerichte
ruimten. Soms zijn die aanzienlijk groter dan 80 m2, maar er is een
trend (mede om akoestische redenen) om ook dergelijke ruimten kleiner te maken
[[1]].
Aangezien het niveau van de bewoners sterk verschilt, varieert de activiteit
van bezigheidstherapie tot daadwerkelijke arbeid. Uiteraard verschilt de
geluidproductie navenant.
In eerste aanleg is de gezamenlijke ruimte te vergelijken
met een grote huiskamer voor een gezin. De ruimte wordt op dezelfde manier
ingericht met een bankstel, eettafel, radio, TV, e.d. Staf plus bewoners kiezen
meestal zelf hun inrichting. Er zijn echter belangrijke verschillen met de
situatie in een standaard huiskamer. Om de ruimte makkelijk schoon te kunnen
houden is de meubilering karig en er wordt meestal geen geluidabsorberende
stoffering gekozen aangezien dat per definitie moeilijk schoon te houden is.
Gordijnen worden meestal ook door staf en bewoners gekozen. Ze kunnen bijdragen
aan de akoestische absorptie, maar goede gordijnen zijn dik en zwaar. Ze worden
in de praktijk zelden of nooit aangetroffen in instellingsruimten. Bovendien
zijn er soms bewoners die gordijnen stuktrekken, zodat ze worden weggelaten. De
standaardsituatie in een verblijfsruimte is dus eigenlijk altijd té galmend.
2. Geluidbronnen, geluidproductie, horen
De geluidproductie per bewoner in een zorginstelling voor
gehandicapten varieert enorm. Sommigen
produceren niet veel meer dan wat gebrom; anderen kunnen langdurig schreeuwen.
Het aantal geluidbronnen dat gelijktijdig hoorbaar is varieert ook sterk. Soms
spreken bewoners nauwelijks en speelt een maaltijd zich in stilte af; anderzijds
kan het voorkomen dat vier bewoners het hoogste woord proberen te voeren. In
het (akoestisch) ideale geval laat men elkaar uitpraten en hoort men één
spreker tegelijk. In veel ruimten is een keukenblok geïnstalleerd. De
maaltijdbereiding is dan een deel van het groepsproces is en keukengeluiden
zijn daardoor een onvermijdbare geluidbron.
Ook het horen zelf is in instellingen een probleem.
Slechthorendheid komt voor bij ruwweg 30% van de bewoners en het geluidniveau
loopt daardoor automatisch op. Anderzijds zijn met name autistische mensen soms
buitengewoon gevoelig voor geluid en is een stille omgeving gewenst.
Radio- en TV-geluiden vormen een andere bron, zowel van
geluid als van conflicten. TV's met een slot erop of afspraken over de
speelduur kunnen in veel instellingen worden aangetroffen. Radio's worden nogal
eens als achtergrondgeluid gebruikt; maar dat is vaak eerder op verzoek van stafmedewerkers
dan van bewoners. Het is vaak ook zeer moeilijk voor te stellen hoe hinderlijk
dat soort geluid is voor mensen met matige of slechte oren.
De aanschaf van radio's en TV's gaat puur op prijs. Ze
zouden ook kunnen worden gekozen met gerichte geluidafstraling. Luidsprekers
aan de voorzijde van een TV helpen al om het geluid op de bestemde plaats te
krijgen. Het moet ook mogelijk zijn om met lokale schermen aparte hoeken
te ontwerpen. Er is op dat gebied nog zeker een hoop te winnen [[2]].
In het ideale geval is het ontwerp van een ruimte toegespitst
op de geluidproductie in een ruimte en op de oren van de bewoners. Bij veel
lawaai en/of hoorproblemen moet veel absorptie worden aangebracht; in een
rustige situatie kan met minder absorptie worden volstaan. Echter, de
groepssamenstelling van een ruimte varieert vaak, zowel per dag als per maand
of jaar. Regelmatig worden bewoners overgeplaatst en krijgen ruimten een andere
bestemming. Er zit meestal weinig anders op dan bij het ontwerp uit te gaan van
de lawaaiigste situatie.
3. Ontwerp van een verblijfsruimte aan de hand van
drie voorbeelden
Het beoordelen van de akoestische kwaliteit kent twee fasen:
het tekentafelstadium en een beoordeling achteraf om na te gaan of alles klopt.
In het sportzaal-deel van deze site is uitgelegd dat de vergelijking van de berekening
vooraf en de meting achteraf nog wel eens tot verrassingen kan leiden omdat de
akoestische theorie en praktijk elkaar niet helemaal dekken. Gelukkig hoeft daarvoor
in dit geval nauwelijks te worden gevreesd. De ruimten zijn, in vergelijking
met de hoogte, zelden extreem lang en/of breed en bovendien zorgt het aanwezige
meubilair altijd wel voor verstrooiing van het geluid. Het ontwerpen van een
ruimte kan daarom worden uitgevoerd in een simpele tabel. Om het proces te
illustreren wordt een voorbeeld uitgewerkt van een ruimte van 10×8×3 m3.
De oppervlaktes van vloer en plafond zijn 80 m2 elk, het oppervlak
per wand is 30 m2, de kopse wanden worden geheel van glas
verondersteld en meten 24 m2. Het totale oppervlak is gelijk aan 268
m2.
Tabel 1: Een voorbeeld van de geluidabsorptie in
een ruimte van 10×8×3 m3. Getallen tussen haakjes (meubilair) tellen
wel mee voor de absorptie maar niet voor het totale oppervlak. Dat is een wat
ongebruikelijke conventie die door ons wordt gehanteerd in alle berekeningen:
het totale oppervlak wordt bepaald voor de kale ruimte.
|
|
oppervlak
|
absorptie-coëfficiënt
|
absorberend oppervlak
|
|
|
[m2]
|
[-]
|
[m2]
|
|
vloer
|
80
|
0.10
|
8
|
|
plafond
|
80
|
0.10
|
8
|
|
wanden
|
60
|
0.10
|
6
|
|
glas in gevels
|
48
|
0.05
|
2.4
|
|
meubilair
|
(10)
|
0.10
|
1
|
|
totaal oppervlak
|
268
|
|
25.4
|
|
gemiddelde absorptiecoëfficiënt [-]
|
0.095
|
|
nagalmtijd [s]
|
1.51
|
|
absorptie per vloeroppervlak [-]
|
0.32
|
Tabel 1 geeft een berekening. De eerste kolom geeft een
omschrijving van het oppervlak, de tweede geeft het geometrisch oppervlak die
met de duimstok wordt bepaald. De derde kolom geeft de absorptiecoëfficiënten.
De waarden voor niet-absorberende materialen (hout, beton, glas) zijn soms
lastig te vinden, maar elders wordt uitgelegd dat een hoge nauwkeurigheid ook
niet zo nodig is. Juist van speciale materialen is altijd wel een getal te
vinden omdat de desbetreffende fabrikant dat in de productdocumentatie
vermeldt. De vierde kolom geeft steeds het product van de getallen in de
kolommen twee en drie. Dat resulteert dus in het absorberend oppervlak. Een
kale ruimte galmt sterk. In dit voorbeeld is daaraan slechts wat meubilair
toegevoegd, maar omdat als bekleding kuststof is verondersteld, voegt dat
nauwelijks iets toe.
Het totaal absorberend oppervlak van 25.4 m2
wordt gedeeld door het totale oppervlak van de lege ruimte (268 m2)
om de gemiddelde absorptiecoëfficiënt te berekenen. Die komt in dit voorbeeld
uit op 0.095 oftewel 9.5%. De nagalmtijd kan eenvoudig worden berekend indien
ook het volume in beschouwing wordt genomen. In het theoriedeel wordt
beschreven hoe dat moet.
In de onderste rij wordt het totaal absorberend oppervlak
(25.4) gedeeld door het vloeroppervlak (80). Deze waarde van 0.32 zal later "onacceptabel"
worden genoemd; pas bij een verhoudingsgetal van 0.70 begint een redelijk
akoestisch klimaat. De waarde van 0.32 is echter wel degelijk gemeten,
bijvoorbeeld in een situatie waarin verstandelijk gehandicapten waren
gehuisvest in twee omgebouwde, gekoppelde eengezinshuizen.
In de meeste ruimten neemt de galm af indien de kamer
wordt gestoffeerd met meubels en gordijnen. Vloerkleden worden in instellingen
meestal vermeden om de schoonmaak te vereenvoudigen. Een typisch voorbeeld
staat in tabel 2. De gemiddelde absorptie coëfficiënt en de absorptie per
vloeroppervlak nemen toe, al zullen we later zien dat deze toename
teleurstellend is. Het gebruik van gordijnen wordt ook vaak overschat. Er
bestaan wel degelijk geluidabsorberende gordijnen, maar dat betekent
automatisch dat ze dik moeten zijn. De meeste stoffen uit de winkel om de hoek
voldoen hieraan niet.
Tabel 2: Voorbeeld van de absorptie in een
ruimte van 10×8×3 m3 als "gewoon" meubilair en gordijnen
worden gebruikt voor geluidabsorptie. De waarden tussen haakjes geven aan dat
ze niet meetellen in de berekening van het totale geometrische oppervlak.
|
|
oppervlak
|
absorptie-coëfficiënt
|
absorberend oppervlak
|
|
|
[m2]
|
[-]
|
[m2]
|
|
vloer
|
80
|
0.10
|
8
|
|
plafond
|
80
|
0.10
|
8
|
|
wanden
|
60
|
0.10
|
6
|
|
glas in gevels
|
48
|
0.05
|
2.4
|
|
meubilair
|
(10)
|
0.30
|
3
|
|
meubilair
|
(48)
|
0.20
|
9.6
|
|
totaal oppervlak
|
268
|
|
37
|
|
gemiddelde absorptiecoëfficiënt [-]
|
0.14
|
|
nagalmtijd [s]
|
1.04
|
|
absorptie per vloeroppervlak [-]
|
0.46
|
Tabel 3: Voorbeeld van de absorptie in een
ruimte van 10×8×3 m3 als een absorberend plafond wordt toegevoegd
maar meubilair en gordijnen ontbreken.
|
|
oppervlak
|
absorptie-coëfficiënt
|
absorberend oppervlak
|
|
|
[m2]
|
[-]
|
[m2]
|
|
vloer
|
80
|
0.10
|
8
|
|
plafond
|
80
|
0.60
|
48
|
|
wanden
|
60
|
0.10
|
6
|
|
glas in gevels
|
48
|
0.05
|
2.4
|
|
totaal oppervlak
|
268
|
|
64.4
|
|
gemiddelde absorptiecoëfficiënt [-]
|
0.24
|
|
nagalmtijd [s]
|
0.60
|
|
absorptie per vloeroppervlak [-]
|
0.80
|
Tabel 3 toont een berekening waarin meubels en gordijnen
zijn weggelaten en een absorberend plafond is toegevoegd. De hoeveelheid
absorberend oppervlak stijgt van 25.4 m2 in tabel 1 tot 64.4 m2
in tabel 3. Daarvoor zijn twee redenen. Allereerst is de absorptiecoëfficiënt
van het plafond in kolom twee hoger, maar anderzijds is juist het plafond
gekozen omdat dat het grootste oppervlak vertegenwoordigt. Het heeft nauwelijks
zin om een voortreffelijk absorberend object in de ruimte aan te brengen als
dat slechts een paar vierkante meter groot is. De gekozen absorptiecoëfficiënt van
60% voor het plafondmateriaal is "gewoon". Hogere waarden zijn
mogelijk, maar de prijs stijgt meestal niet-lineair.
De verhouding tussen absorberend oppervlak en
vloeroppervlak stijgt in tabel naar 0.80. Dat begint er op te lijken.
Toevoeging van meubilair en stoffering, of van een nog beter akoestisch
plafond, brengt de verhouding op 1.0. In de volgende webpagina zullen we laten
zien dat dat getal nastrevenswaardig is, maar in speciale gevallen nog niet
genoeg.
4. De vorm van de ruimte
In de standaardformules voor het ruimteontwerp heeft de vorm van de
ruimte geen invloed, in de praktijk echter wel. Dat wordt geïllustreerd met de
U-vormige ruimte van figuur 1. In de linker poot van de ruimte staat een bron,
waarvan de sterkte ongeveer overeenkomt met normale spraak. De getallen geven
de geluidniveaus weer in de overige delen van de ruimte. In de rechter poot is
het geluidniveau dus in de orde van 38 dB. Indien de simpele akoestische
theorie zou worden gevolgd wordt in dat gedeelte een geluidniveau voorspeld van
48 dB. De computer voorspelt een geluidniveau van 44 dB in een rechthoekige
ruimte van 15×10 m2.
In het theoriedeel B.11 "Vorm
van de ruimte" worden de verschillen tussen de simpele theorie en een aantal
ruimtevormen redelijk uitgebreid behandeld. Die verschillen pakken meestal gunstig uit;
d.w.z: de geluidniveaus zijn in de praktijk vrijwel altijd
lager dan voorspeld door de theorie. Benadrukt wordt wel dat redelijke winsten
alleen kunnen worden gevonden door combinatie van
vorm en absorptie. In het voorbeeld van figuur 1 is een goed akoestisch plafond
meegerekend. In een galmende ruimte heeft de ruimtevorm veel minder invloed op
het geluidniveau en is het overal even veel herrie.
|

|
Figuur 1: Een computerberekening van het
geluidniveau in een ruimte van 15×10×2.5 m3 . Op de plaats van het
kruisje bevindt zich een bron die ongeveer even sterk is als een normaal
sprekend mens. Alle oppervlakken hebben een absorptiecoëfficënt van 33%. Een
ander verdeling van absorptie over wanden en plafond heeft nauwelijks invloed,
maar desondanks is dit een sterk gedempte ruimte. Een berekening met de
Sabine-theorie voorspelt een diffuus geluidniveau van 48 dB.
De U-vorm levert dus een winst op van 6 dB en kan worden
gebruikt om de keuken te huisvesten of een afgescheiden TV-ruimte. Dat ontneemt
wellicht het zich op de bewoners door stafleden, maar dit soort ruimten is in de
praktijk wel degelijk met vrucht toegepast.
Het zal overigens duidelijk zijn dat het ontwerp van dit
soort ruimten meestal tot stand zal komen in een samenspraak van opdrachtgever,
architect en akoestisch adviseur. De gewone rechthoekige ruimte moet een
architect op eigen houtje kunnen ontwerpen.
5. De akoestiek van woonkamers en gangen in zorginstellingen
voor gehandicapten, bejaarden, enz.
De woonkamers van bewoners zijn eigenlijk al in het
voorgaande deel over slechthorendheid en bejaardencentra behandeld. Echter, de
hoeveelheid meubilair en stoffering is vaak nog geringer dan in een
bejaardencentrum. Het kan de gewenste hoeveelheid absorberend oppervlak niet
opbrengen en een geluidabsorberend plafond is dringend gewenst. Omdat de
ruimtes meestal niet groot zijn hoeft dat niet van de allerhoogste kwaliteit te
zijn.
Ook gangen verdienen absorptie. Sommige bewoners kunnen
tamelijk luidruchtig zijn en via de gang kan het geluid zeer ver reiken als de
gang als horizontale echoput is uitgevoerd.