Samenvatting akoestische maatregelen in zorginstellingen
-
Een "voldoende" akoestische
situatie wordt bereikt indien de hoeveelheid absorberend oppervlak gelijk is
aan 0.7 maal het vloeroppervlak. Een goede situatie wordt bereikt indien de
verhouding 1.0 bedraagt; voor kritische situaties (veel slechthorende bewoners)
is een factor 1.4 vereist.
-
De regel geldt vooral in verblijfs- en
werkruimten, waar meerdere geluidbronnen tegelijk aanwezig zijn. Echter, ook
verkeersruimten en woonkamers verdienen een akoestische behandeling.
-
Een factor 0.7 is te halen door
gebruik van absorberend meubilair, zware gordijnen en een vloerkleed. Vaak is
(om hygiënische redenen) een dergelijke aankleding ongewenst. Daarom zal
vrijwel altijd aanvullende absorptie met absorptiemateriaal noodzakelijk zijn.
-
Meestal zal absorptiemateriaal tegen
het plafond worden aangebracht, maar eigenlijk doet de plaats van het materiaal
niet ter zake en kan die vrij worden gekozen.
Welke akoestische grootheid is geschikt als norm in
een zorginstelling voor gehandicapten of een centrum voor ouderen?
Er bestaan geen normen voor ruimten in zorginstellingen, maar
naar onze mening zijn er zeer wel uitspraken te doen over de akoestische
kwaliteit van ruimten in een instelling. Daarbij wordt gemikt op mensen met
ouderdomsslechthorendheid ("presbyacusis"). Daarmee zijn uiteraard
instellingen voor ouderen automatisch bestreken, maar ook instellingen voor
lichamelijk en/of verstandelijk gehandicapten vallen binnen de normen, vooral
ook omdat slechthorendheid onder gehandicapten veel vaker voorkomt dan onder de
"normale" populatie; het verschijnsel wordt uitgebreid beschreven in
het proefschrift van Anneke Meuwese [[1]].
Op basis van dit onderzoek, gekoppeld aan onze eigen bevindingen wordt hier een
voorstel gedaan voor classificatie [[2]].
Het doel van de norm is om een zeer eenvoudige vuistregel te maken voor de
hoeveelheid absorptiemateriaal die in een ruimte moet worden aangebracht.
Uiteindelijk is dat waar het in het architectonisch ontwerpproces om draait:
"hoeveel absorptie moet ik bestellen en waar moet het worden aangebracht?".
Het aantal akoestische kengetallen is schier oneindig.
Vier grootheden (totaal absorberend oppervlak, gemiddelde absorptiecoëfficiënt,
nagalmtijd en absorptie per vloeroppervlak) zijn reeds genoemd in de tabellen
van de voorgaande webpagina, maar er zijn er nog meer die in instellingen een
rol spelen. De pro's en contra's zullen hier worden beschouwd.
Het totaal geluidabsorberend oppervlak
Deze grootheid is buitengewoon belangrijk aangezien
daarmee rechtstreeks het heersende geluidniveau in de ruimte wordt bepaald.
Indien een constante geluidbron in een ruimte wordt geplaatst (een stofzuiger
bijvoorbeeld), daalt het geluidniveau met 3 dB indien het absorberend oppervlak
wordt verdubbeld. Een verdubbeling is simpel in galmende omstandigheden. Indien
in een kale ruimte een bankstel wordt binnengebracht wordt dat meestal al
bereikt. Daarna wordt iedere verdubbeling steeds lastiger.
Het totaal absorberend oppervlak stijgt met de grootte
van de ruimte. Als bijvoorbeeld lengte, breedte en hoogte worden verdubbeld
en de materiaalverdeling gelijk blijft, wordt het absorberend oppervlak
verviervoudigd. Daardoor daalt het geluidniveau van voornoemde
stofzuiger met 6 dB indien die in de grotere ruimte wordt geplaatst.
De gemiddelde geluidabsorptiecoëfficiënt
De gemiddelde absorptiecoëfficiënt geeft de beste indruk
van de materialisatie van de ruimte; de toepassing van absorptiematerialen komt
hierin direct tot uiting. Het getal blijft nl. constant indien de grootte van
de ruimte wordt gewijzigd. Als bijvoorbeeld lengte, breedte en hoogte worden
verdubbeld, worden zowel het geometrisch als het absorberend oppervlak verviervoudigd.
Het quotiënt blijft dus gelijk. De gemiddelde absorptiecoëfficiënt is dus een
zeer geschikte waarde om bijvoorbeeld het lawaai in een restaurant te
beschrijven. Als nl. ook het aantal geluidbronnen wordt verviervoudigd (op het
verviervoudigde vloeroppervlak) blijft het geluidniveau gelijk en de grootte
van de ruimte doet er dan niet toe. Vergelijkbare situaties treft men aan in
een sportzaal of in de verblijfsruimten in een instelling.
Het geluidabsorberend oppervlak in relatie tot het volume: de nagalmtijd
De hoeveelheid absorberend oppervlak kan worden gedeeld
door het volume van de ruimteals indicatie van het akoestisch klimaat. Maar die
grootheid is, via Sabines formule, recht evenredig met de nagalmtijd.
De nagalmtijd stijgt met de grootte van de ruimte. Als
alle maten met twee worden vermenigvuldigd, wordt het absorberend oppervlak
verviervoudigd en het volume acht maal zo groot. Daardoor wordt de nagalmtijd
verdubbeld.
De nagalmtijd is verreweg de meest gebruikte grootheid om
de akoestische kwaliteit van een ruimte in een getal uit te drukken. Echter,
indien een bepaalde nagalmtijd als norm wordt gebruikt, ongeacht het volume, moet
in de grotere ruimte veel meer absorptie worden aangebracht. Dat kan tot
geweldige technische problemen leiden.
Indien dus een bepaalde nagalmtijd als norm wordt
gebruikt lijkt een grote ruimte minder geschikt dan een kleine. Echter,
anderzijds neemt het geluidniveau af met 3 dB en aangezien het geluidniveau in
een instelling een belangrijker criterium is dan de nagalmtijd, is de grotere
ruimte te verkiezen ondanks een langere nagalmtijd. De nagalmtijd is dus
onbruikbaar als normstellende grootheid, tenzij zowel nagalmtijd als volume
tegelijk worden genoemd. Dat is bijvoorbeeld de praktijk die bij sportzalen wordt
gebruikt: als het volume van de sportzaal stijgt mag ook de nagalmtijd stijgen.
Voor instellingsruimten is de nagalmtijd eigenlijk niet geschikt voor normstelling.
Het geluidabsorberend oppervlak in relatie tot het vloeroppervlak
Indien een stofzuiger van een ruimte wordt overgebracht
naar een ruimte die tweemaal zo lang, breed en hoog is, neemt het totaal
absorberend oppervlak toe met een factor vier, waardoor het geluidniveau met
zes dB daalt. Ook het vloeroppervlak wordt vier maal zo groot, waardoor er een
gelijke verdeling van het geluid ontstaat als er vier gelijke stofzuigers
worden geplaatst. Het geluidniveau gaat dan weer 6 dB omhoog, zodat het
geluidniveau gelijk is voor de kleine en de grote ruimte. Dit effect wordt goed
beschreven met de eerder genoemde gemiddelde absorptiecoëfficiënt die immers
constant blijft, maar ook de absorptie per vloeroppervlak blijft constant. Deze
maat is zo simpel dat de waarde (met enige oefening) welhaast uit het hoofd is te
schatten.
Er is ook een belangrijk nadeel aan deze maat: De hoogte
van de ruimte mag (bij constant vloeroppervlak) ongestraft worden vergroot.
Echter, daardoor neemt de nagalmtijd toe en de spraakverstaanbaarheid af.
Het geluidniveau
De voorgaande grootheden zijn uitsluitend afhankelijk van
de geluidabsorberende eigenschappen van de diverse onderdelen in een ruimte.
Het uiteindelijke geluidniveau hangt ook af van de bronsterkte. Indien in een
ruimte een lawaaiiger stofzuiger wordt geplaatst, verandert dus wel het
geluidniveau maar bijvoorbeeld niet de nagalmtijd.
Het ligt voor de hand om in instellingen juist het
geluidniveau te kiezen als standaard, maar het probleem is dat bij nieuwbouw
wel ongeveer te schatten is hoe lawaaiig de gebruikers van de ruimte zullen
zijn, maar bewonerswisselingen zijn veelvuldig, zodat over de wat langere
termijn weinig te zeggen valt.
Maten voor de spraakverstaanbaarheid
Er bestaan nogal wat maten voor de
spraakverstaanbaarheid. In het theoriedeel zijn er een paar behandeld. In een
instelling komen eigenlijk slechts twee gevallen voor. Bij een "monosource"
spreekt één bewoner terwijl achtergrondgeluiden te verwaarlozen zijn; de
luisteraar bevindt zich vrijwel altijd binnen een paar meter. In dit geval is
een korte nagalm gewenst hetgeen wordt bereikt met een flinke hoeveelheid
absorptie. In de "multisource" situatie probeert een luisteraar een
spreker te verstaan, terwijl anderen daar doorheen spreken, eventueel aangevuld
met radio- en TV-geluid. Dit is altijd een signaal-ruisprobleem dat in vrij eenvoudige
akoestische termen te vangen valt.
De maten voor spraakverstaanbaarheid zijn eigenlijk te
verfijnd om de akoestische kwaliteit te beschrijven; in een instelling voegen ze
weinig tot niets toe aan de eerder gegeven maten. Aangezien ze bovendien knap
ingewikkeld kunnen zijn zullen ze voor instellingen niet door ons worden
gebruikt.
Een voorstel voor een normgetal:
Het geluidabsorberend oppervlak per vloeroppervlak
In deze website wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen
twee akoestisch situaties:
-
Eén spreker in een ruimte waarnaar de anderen luisteren.
Die situatie is kwantitatief het best te vangen in een maat voor
spraakverstaanbaarheid. De spraakverstaanbaarheid hangt sterk af van de
nagalmtijd, zodat de gewenste hoeveelheid absorptie afhangt van de "good
old" nagalmtijd en het volume van de ruimte.
-
Spraak die moet worden verstaan in een ruimte met
meerdere geluidbronnen. Dan is de hoeveelheid absorberend oppervlak per spreker
maatgevend. Het aantal bronnen is veelal gekoppeld aan het vloeroppervlak,
zodat ook de absorptie per vloeroppervlak maatgevend is.
Dit laatste getal, de hoeveelheid absorptie per
vloeroppervlak zal hier worden gehanteerd. Aan het eerste effect (de spraakverstaanbaarheid)
wordt dan recht gedaan indien het volume is gekoppeld aan het vloeroppervlak.
Dat klopt in onze aanpak zolang de gebruikelijke hoogten in instellingen worden
aangehouden. Indien de ruimte bijvoorbeeld twee maal zo hoog is moet de hoeveelheid
absorptie worden opgehoogd [[3]].
Dus bijvoorbeeld 2.6 m hoogte bij 25 m2 vloeroppervlak,
oplopend tot 3.5 bij 60 m2. Bij afwijkende hoogten moet een berekening worden
aangehouden die is gebaseerd op het volume. Deze site voorziet daarin niet.
In het tweede punt wordt impliciet verondersteld dat het
aantal bronnen per vloeroppervlak niet al te zeer varieert. Ook dat is
gebaseerd op de gebruikelijke praktijk in instellingen [[4]].
Geluidabsorberend oppervlak / vloeroppervlak kleiner dan 0.35
Dit soort ruimten heeft een onacceptabel akoestisch
klimaat. Het gaat dan om akoestisch onbehandelde ruimten met plastic en/of
houten meubilair, linoleum op de vloer en dunne vitrage. Het zijn ruimten die
in de praktijk helaas wel degelijk te vinden zijn.
Absorberend oppervlak / vloeroppervlak in de orde van 0.5
Dit soort ruimten is het best te beschrijven met een
genoteerde uitspraak van een staflid: "Toen we deze ruimte betrokken vond
ik het lawaai vreselijk; ik kreeg er zelfs hoofdpijn van. Nu na een paar
maanden ben ik er wel een beetje aan gewend".
In de uitspraak schuilt ook het gevaar. Een zeer slechte
situatie (kleiner dan 0.35) wordt, na oplevering, vaak alsnog opgeknapt. Matige
situaties (0.50) kunnen tot in lengte van jaren blijven bestaan omdat niemand
initiatief neemt om er nog wat moois van te maken.
Absorberend oppervlak / vloeroppervlak groter dan 0.7
Bij een waarde hoger dan 0.7 kan het akoestisch klimaat
meestal "voldoende" worden genoemd. Echter, de hoeveelheid absorptie
is alleen toereikend indien de bewoners niet al te luidruchtig zijn en ook niet
allemaal door elkaar praten.
Er is een hoeveelheid geluidabsorptie nodig die op twee
manieren te bereiken is. Enerzijds kan veel absorberend meubilair worden
gebruikt en zijn dikke gordijnen noodzakelijk. Boekenkasten dragen ook bij aan
de geluidabsorptie. Indien deze inrichting ongewenst is, is een
geluidabsorberend plafond noodzakelijk. Dat kan een zeer eenvoudig plafond zijn
zoals een systeemplafond met goedkope tegels of bijvoorbeeld met een redelijke laag
akoestische spuitpleister.
Absorberend oppervlak / vloeroppervlak groter dan 1.0
Dit zijn de betere ruimten in akoestisch opzicht. Een
goed akoestisch plafond is noodzakelijk. Het kan ervoor zorgdragen dat 80% van
het vloeroppervlak wordt bereikt. De wanden en de vloer dragen nog eens 10%
bij, maar om aan 1.0 (100%) te komen moet dan toch nog wat aanvullende
absorptie worden verkregen via het meubilair en de gordijnen.
Absorberend oppervlak / vloeroppervlak groter dan 1.4
Dit zijn ruimten die in bijzondere gevallen kunnen worden
toegepast, met name indien bewoners ernstige hoorproblemen hebben. Behalve het
bekleden van het plafond, is ook toepassing op de wanden noodzakelijk.
Overigens: de plaats van het materiaal
Er wordt een paar maal gewezen op de absorptie van het
plafond. Dat is om aan te sluiten bij het gebruik in instellingen. Puur
akoestisch gezien hoeft dat niet. Geluid is niet afhankelijk van de
zwaartekracht, dus als een architect de vierkante meters absorptiemateriaal op
de wanden wil aanbrengen of op de vloer is dat akoestisch gezien prima. De
industrie levert wel degelijk akoestisch wandmaterialen, maar voor een
instelling zijn die niet zonder meer toepasbaar. Hier ligt nog zeker een
uitdaging voor industrie en architect.