TULogo
Ruimteakoestiek
A. Spreken en horen
B. Theorie
C. Absorptie
D. Ontwerpregels
D.10 Sportzaal
D.12 Zwembad
D.20 Restaurant
D.22 Van trappenhuis tot atrium
D.24 Museum
D.26 Bibliotheek
D.3 Lokaal basisschool
D.40 Slechthorenden
D.42 Slechtzienden
D.44 Inst. Verst. Gehandicapten
D.46 Normen instellingen
D.5 Spreekzaal
D.6 Concertzaal
D.7 Kantoren
E. Artikelen
G. Colofon

Zalen voor (voornamelijk klassieke) muziek

 
 

Samenvatting akoestische eigenschappen van concertzalen

  • Het ontwerp van een concertzaal is allereerst gebaseerd op een ideale nagalmtijd en een "mooie" nagalmcurve zonder echo's.

  • Het publieksvlak vormt de enige doelbewuste absorptie, waarmee de nagalmtijd wordt vastgelegd.

  • Om te bereiken dat de akoestische kwaliteit onafhankelijk is van het aantal aanwezigen, moeten de stoelen veel geluid absorberen waardoor ze "leeg" of "bezet" dezelfde absorptie leveren.

  • Alle overige vlakken dienen het geluid vooral te verstrooien, zonder het te absorberen.

  • De nagalmtijd in een concertzaal is relatief lang. Dat wordt bereikt met een groot volume. Bij relatief kleine zalen met een paar honderd toehoorders kunnen we rekenen met 8 m3 per persoon. Zalen met 2000 toehoorders hebben ca. 11 m3 per persoon.

  • Dat staat dus in scherp contrast met een spreekzaal waarvan het volume idealiter niet meer dan 4 m3 bedraagt.

  • De waarden uit de voorgaande punten gelden expliciet voor een zaal waarin (moderne) klassieke muziek ten gehore wordt gebracht. Een zaal voor popmuziek met elektronische versterking lijkt veel meer op een spreekzaal met enigszins opgevoerd volume.

  • In een popzaal met elektronisch versterkte muziek wordt ook de galm, noodzakelijk voor een mooie muziekklank, elektronisch gemaakt.

  • In een popzaal moet altijd extra absorptie worden toegevoegd. Popmuziek in een bovengenoemde concertzaal lijdt onder te veel galm.

  • Onversterkte popmuziek gedijt het beste in een zaal waarvan het volume ligt tussen spreekzaal en klassiek concertzaal. Extra absorptiemateriaal wordt dan slechts spaarzaam toegepast.

  • De eisen aan het volume voor muziek en spraak zijn strijdig. Een eenvoudige "multi-purposezaal" bestaat niet, en aangezien veel zaaleigenaren toch graag allerlei festiviteiten willen organiseren is het ontwerp van zo'n zaal een zeer lastige akoestische opdracht die slechts door specialisten tot een redelijk succes kan worden gemaakt.

  • Aanvullende maatregelen met variabele akoestiek en kunstgalm kunnen zeer behulpzaam zijn om de akoestiek aan te passen aan het geboden programma. Juist omdat het volume van een zaal zo maatgevend is, is de ideale oplossing echter niet voorhanden.

  • Overigens zijn de eerste zalen gebouwd waarin plafond en wanden daadwerkelijk kunnen worden verplaatst om het volume aan te passen.

 

Een concertzaal

In 2004 hebben Lau Nijs en Diemer de Vries een congrespaper geschreven waarin vooral een soort ontwerpmethode werd uiteengezet voor (beginnende) architecten (in wording) [[1]]. Die paper was bedoeld als discussiestuk voor het congres. Daarna is de paper verschenen in een akoestisch tijdschrift, aangevuld met het resultaat van die discussie [[2]]. Het tijdschriftartikel bleek in het onderwijs bruikbare inleiding te zijn voor architectuurstudenten die hun eigen zaal wilden ontwerpen. Het artikel beperkt zich echter geheel tot zalen voor (moderne) klassieke muziek.

 

Het sitedeel over spreekzalen (D.5) is geschreven na 2004. Het bevat onder andere een stapsgewijze methode om, uitgaande van het aantal toehoorders, te rekenen aan volume, absorberend oppervlak e.d. Die methode blijkt weer net wat handiger dan die in het concertzaalartikel en het ligt daarom in de bedoeling om het concertzaalartikel om te werken. Bovendien kan dan meer aandacht worden besteed aan de specifieke eisen die aan popmuziek worden gesteld.

Aangezien daar tot nu toe geen tijd voor is vrijgemaakt, wordt hier voorlopig volstaan met een link naar het artikel.

 

 

The young architect's guide to room acoustics

L. Nijs & D. de Vries

2005

Acoustical Science and Technolgy, 26, 2, pp. 229-232, 2005.

Most students in architecture are unable to design a concert hall from the acoustic textbooks, especially if the hall’s volume is much less than used for symphony orchestras. Therefore a method is proposed to read the reverberation time and loudness from a simple G-RT-diagram as a function of volume and mean absorption coefficient. An “ideal curve” is proposed as  “target values” in the first stages of the design process. They are also used to interpret the numbers generated by computer models in order to readjust the shape of the hall and the materials used.

 

 

[1]      Nijs, L, D. de Vries, D. Petri, "The young architect’s guide to room acoustics", International Symposium on Room Acoustics: Design and Science, Awaji, Japan, 2004.

[2]      Nijs, L, & D. de Vries, "The young architect’s guide to room acoustics", Acoustical Science and Technolgy, 26, 2, pp. 229-232, 2005.

 

 

site search by freefind