-
Het
ontwerp van een concertzaal is allereerst gebaseerd op een ideale nagalmtijd en
een "mooie" nagalmcurve zonder echo's.
-
Het
publieksvlak vormt de enige doelbewuste absorptie, waarmee de nagalmtijd wordt
vastgelegd.
-
Om
te bereiken dat de akoestische kwaliteit onafhankelijk is van het aantal
aanwezigen, moeten de stoelen veel geluid absorberen waardoor ze
"leeg" of "bezet" dezelfde absorptie leveren.
-
Alle
overige vlakken dienen het geluid vooral te verstrooien, zonder het te
absorberen.
-
De
nagalmtijd in een concertzaal is relatief lang. Dat wordt bereikt met een groot
volume. Bij relatief kleine zalen met een paar honderd toehoorders kunnen we
rekenen met 8 m3 per persoon. Zalen met 2000 toehoorders hebben ca. 11 m3 per
persoon.
-
Dat
staat dus in scherp contrast met een spreekzaal waarvan het volume idealiter
niet meer dan 4 m3 bedraagt.
-
De
waarden uit de voorgaande punten gelden expliciet voor een zaal waarin
(moderne) klassieke muziek ten gehore wordt gebracht. Een zaal voor popmuziek
met elektronische versterking lijkt veel meer op een spreekzaal met enigszins
opgevoerd volume.
-
In een
popzaal met elektronisch versterkte muziek wordt ook de galm, noodzakelijk voor
een mooie muziekklank, elektronisch gemaakt.
-
In een
popzaal moet altijd extra absorptie worden toegevoegd. Popmuziek in een
bovengenoemde concertzaal lijdt onder te veel galm.
-
Onversterkte
popmuziek gedijt het beste in een zaal waarvan het volume ligt tussen
spreekzaal en klassiek concertzaal. Extra absorptiemateriaal wordt dan slechts
spaarzaam toegepast.
-
De
eisen aan het volume voor muziek en spraak zijn strijdig. Een eenvoudige
"multi-purposezaal" bestaat niet, en aangezien veel zaaleigenaren
toch graag allerlei festiviteiten willen organiseren is het ontwerp van zo'n
zaal een zeer lastige akoestische opdracht die slechts door specialisten tot
een redelijk succes kan worden gemaakt.
-
Aanvullende
maatregelen met variabele akoestiek en kunstgalm kunnen zeer behulpzaam zijn om
de akoestiek aan te passen aan het geboden programma. Juist omdat het volume
van een zaal zo maatgevend is, is de ideale oplossing echter niet voorhanden.
-
Overigens
zijn de eerste zalen gebouwd waarin plafond en wanden daadwerkelijk kunnen
worden verplaatst om het volume aan te passen.
In 2004 hebben Lau Nijs en Diemer de Vries een
congrespaper geschreven waarin vooral een soort ontwerpmethode werd
uiteengezet voor (beginnende) architecten (in wording) [[1]]. Die paper was bedoeld als
discussiestuk voor het congres. Daarna is de paper verschenen in een
akoestisch tijdschrift, aangevuld met het resultaat van die discussie [[2]].
Het tijdschriftartikel bleek in het onderwijs bruikbare inleiding te
zijn voor architectuurstudenten die hun eigen zaal wilden ontwerpen. Het
artikel beperkt zich echter geheel tot zalen voor (moderne) klassieke
muziek.
Het sitedeel over spreekzalen (D.5) is
geschreven na 2004. Het bevat onder andere een stapsgewijze methode om,
uitgaande van het aantal toehoorders, te rekenen aan volume, absorberend
oppervlak e.d. Die methode blijkt weer net wat handiger dan die in het
concertzaalartikel en het ligt daarom in de bedoeling om het
concertzaalartikel om te werken. Bovendien kan dan meer aandacht worden
besteed aan de specifieke eisen die aan popmuziek worden gesteld.
Aangezien daar tot nu toe geen tijd voor is
vrijgemaakt, wordt hier voorlopig volstaan met een link naar het
artikel.