TULogo
Ruimteakoestiek
A. Spreken en horen
B. Theorie
C. Absorptie
D. Ontwerpregels
D.10 Sportzaal
D.12 Zwembad
D.20 Restaurant
D.22 Van trappenhuis tot atrium
D.24 Museum
D.26 Bibliotheek
D.3 Lokaal basisschool
D.40 Slechthorenden
D.42 Slechtzienden
D.44 Inst. Verst. Gehandicapten
D.46 Normen instellingen
D.5 Spreekzaal
D.6 Concertzaal
D.7 Kantoren
E. Artikelen
G. Colofon

Kantoren

 
 

Samenvatting mogelijke maatregelen

  • In een cellenkantoor is altijd een optimale akoestiek te bereiken met een akoestisch plafond.

  • Ook in een open kantoor moet altijd een goed absorberend plafond worden aangebracht. Dat is overigens wel een noodzakelijke voorwaarde voor goede akoestiek, maar geen voldoende voorwaarde:

  • Slechts als iedereen zijn/haar mond houdt in een open kantoor worden geluidniveaus beikt waarbij geconcentreerd werken mogelijk is.

  • Veel gelijktijdige (telefoon)gesprekken veroorzaken een geluidniveau dat geconcentreerd werken in de weg staat.

  • Speech privacy, waarbij informatie die niet voor derden bestemd is vertrouwelijk blijft, bestaat niet in een open kantoor.

  • Schermen verzwakken het directe geluid tussen een spreker en een onbedoelde luisteraar:

  • Ze dienen hoog te zijn

  • Ze werken alleen onder een absorberend plafond

  • Ze dienen breed te zijn

  • Ze dienen op de grond te staan

 

Twee uiterste kantoortypen

Er zijn vanuit akoestisch oogpunt twee volstrekt tegenstrijdige uitersten in het kantoorontwerp:

  • Het cellenkantoor waarin zich één medewerker bevindt in een afsluitbare ruimte

  • De kantoortuin, flexkantoor, open kantoor, "modern kantoorconcept" of hoe een verzameling van vele werkplekken in één ruimte nog meer mag heten

 

Uiteraard zijn er ook nog allerlei tussenvormen, te beginnen bij twee mensen in één kamer. Die kunnen elkaar akoestisch hevig dwars zitten door vaak op te bellen, de radio op de verkeerde zender te zetten, enz. Een derde en vierde medewerker kunnen dan zelfs een verbetering betekenen omdat men wat meer rekening met elkaar houdt.

 

Het cellenkantoor

Het is in ons land gebruikelijk om in een kantoor altijd plafondabsorptie toe te passen. Als die regel wordt gevolgd is het ontwerp van een cellenkantoor de simpelste klus die er bestaat voor de architect, althans wat de ruimteakoestiek aangaat. Akoestische problemen doen zich veeleer voor doordat de ventilatie te veel herrie maakt of omdat de geluidisolatie van de tussenwanden onvoldoende is. Dat rekenen we in deze site echter buiten ons werkterrein.

 

De kantoortuin

Diametraal daar tegenover staat het kantoor waarin vele medewerkers tegelijk zijn gehuisvest. Reeds meer dan een halve eeuw wordt er over de geluidhinder in dit soort plekken geklaagd [[1]]. Het is steevast het negatieve punt bij de beoordeling van de werkplek. Vanuit akoestisch oogpunt is er geen enkele reden om ze toe te passen. Een veelgebruikt argument dat de ruimte efficiënter wordt gebruikt is onzin. Indien de onderlinge geluidhinder van weknemers zou worden bestreden, moeten ze zover uit elkaar worden geplaatst dat het aantal vierkante meters per persoon veel hoger is dan in een cellenkantoor. Voor de architect/opdrachtgever die desondanks een poging wil wagen, zullen we een aantal aspecten behandelen.

 

Geluidniveaus

Een serie draaiende computers en verder zwijgende medewerkers levert een geluidniveau tussen35 en 45 dB. Dat geluidniveau hangt af van de aankleding van de ruimte. Met een goed absorberend plafond is een geluidniveau rond 40 dB te handhaven; in een galmende ruimte loopt het geluidniveau op tot waarden rond 45. Een waarde van 35 dB wordt beschouwd als het maximum voor waarden die de hoogste graad van concentratie vereisen; in het modale kantoor is 40 dB zeker aanvaardbaar.

Eén gesprek op "conversatiesterkte", in een kantoor met een absorberend plafond, veroorzaakt een geluidniveau van ca. 56 dB op 1 m afstand en 52 dB op 2 meter [[2]]. Zodra in een kantoor meerdere gesprekken worden gevoerd en wordt getelefoneerd loopt het geluidniveau dus op naar 50 tot 55 dB, in rumoerige omstandigheden zelfs tot 60 dB [[3]]. Dat ligt dus flink boven de grens voor geconcentreerd werken. Daarbij komt dan vaak nog de "informatie-inhoud" van een naburig gesprek. Men moet zich wel heel goed kunnen concentreren om een telefoongesprek op 1 of 2 m te negeren.

 

Speech privacy

Speech privacy is de onmogelijkheid voor derden om een gesprek te verstaan. Het is precies het omgekeerde van een goede spraakverstaanbaarheid en dezelfde maten worden gebruikt om het effect te berekenen. De Amerikanen gebruiken van oudsher AI, de articulation index. Een zeer lage STI (speech transmission index), kleiner dan 0.30, geeft ook aan dat een gesprek van anderen moeilijk te volgen is.

Bij een achtergrondniveau van 55 dB zijn twee converserende mensen op 2 meter nog goed te verstaan. In een ruimte met weinig absorptie is de speech privacy beter. Het geluidniveau gaat dan bijvoorbeeld 10 dB omhoog; de grens voor de verstaanbaarheid zal ongeveer bij 50 cm liggen [[4]]. Aangezien dagenlang werken in een nagalmkamer waarschijnlijk tot gezondheidsklachten leidt, zal voor deze oplossing niet gauw worden gekozen. Er is dus maar één conclusie in een kantoor met meerdere werkplekken: speech privacy bestaat niet. Een min of meer vertrouwelijk gesprek dient in een afgesloten cel plaats te vinden.

 

Kunstmatige ruis

De speech privacy kan worden verbeterd door kunstmatige ruis toe te passen. Een lawaaiig ventilatiesysteem kan de signaal-ruisverhouding doen afnemen, maar het is uiteraard lastig om het geluidniveau precies in te stellen. Er zijn ook wel klaterende fonteinen toegepast. Het best regelbaar is ruis die via luidsprekers wordt toegediend. Die systemen zijn ook gewoon te koop. Toch durft men ze meestal niet veel harder in te stellen dan rond 45 dB. Daarbij wordt de hinder van naburige gesprekken dus het meeste aangepakt, maar echte speech privacy wordt er niet mee bereikt.

 

Lokale afscherming

Het inrichten van een kantoor met werkplekken is specialistenwerk; het wordt nogal eens onderschat. Maar in algemene termen is er wel wat over te zeggen.

Schermen tussen een geluidbron en een (onbedoelde) toehoorder verzwakken het geluid. Het totale geluid in een ruimte van alle bronnen tezamen neemt nauwelijks af [[5]], maar het directe geluid wordt wel degelijk verzwakt.

 

Figuur 1:  De verzwakking van een scherm hangt af van de hoogte.

 

In figuur 1 links steekt de rand van het scherm nauwelijks uit boven de lijn tussen de mond van de spreker en de oren van de toehoorder. Theoretisch is de afscherming dan in de orde van 6 dB, onder voorwaarde dat de schermen oneindig lang zijn loodrecht op het vlak van tekening. Bij hoge schermen kan de verzwakking oplopen tot 12 dB en meer [[6]]. Met name die laatste waarde betekent een aanzienlijke verbetering. Absolute speech privacy wordt nog steeds niet bereikt. Als de toehoorder aan de andere zijde van het scherm de oren spitst is een gesprek nog steeds te volgen, maar de informatie-inhoud, en daarmee de hinderlijkheid van een gesprek neemt wel degelijk af.

 

Figuur 2:  Een plafond zorgt voor een extra voortplantingsweg van het geluid.

 

In de praktijk echter is er vrijwel altijd wel een plafond in de buurt. Dat staat getekend in figuur 2.

Door reflectie tegen het plafond wordt het geluidniveau ter plaatse van de toehoorder versterkt. De sterkte van die reflectie hangt uiteraard af van de hoogte van het plafond en van de reflectiecoëfficiënt. Het zal dus geen verbazing wekken dat de ruimte tussen het plafond en de bovenzijde van het scherm maatgevend is. Een scherm tot aan het plafond (en tot aan de grond) doet wonderen, maar dan zijn we ongeveer weer aangeland bij het cellenkantoor. Het uitzoeken van de precieze hoogte is overigens werk voor de akoestisch adviseur; het overstijgt de vaardigheden van de modale architect.

 

 

Figuur 3:  Bij een plattegrond spelen in horizontale richting precies dezelfde effecten als bij schermen in verticale richting.

 

Geluid trekt zich niets aan van de zwaartekracht en de schetsen met afscherming en reflectie kunnen onverkort 90 graden worden gedraaid. Dat is gedaan in Figuur 3. Stel dat de blauwe schermen tot aan het plafond reiken, dan hebben we hier weer te maken met omloopgeluid om de verticale randen en reflectie tegen de rode wand. Daarbij treedt in de praktijk wel een verschil op. Meestal is die reflecterende wand minder absorberend dan een plafond; anderzijds is de afstand soms veel groter. In dat geval wint het tweede effect het van het eerste. Maar één van de managersargumenten voor een open kantoor (veel mensen per vierkante meter) verdwijnt daarmee definitief achter de horizon.

 

De hoeveelheid absorptie en de verdeling over de ruimte

Elders, in het theoriedeel van deze site, wordt stilgestaan bij de invloed van absorptie op het geluidniveau als functie van de afstand tussen bron en ontvanger. Veel absorptie verlaagt het geluidniveau van "verre" geluidbronnen aanzienlijk. Dat is dus een voordeel, omdat zo'n ver (telefoon)gesprek niet meer te verstaan is én omdat het algemene geluidniveau wordt verlaagd. In termen van speech privacy is het echter ongunstig, omdat de "nabije" gesprekken dan juist beter te verstaan zijn. Mensen die een gesprek onder vier ogen willen voeren rest niets anders dan apart te gaan zitten.

 

Het is altijd aan te bevelen om veel absorptie toe te passen. In theorie kan een uitgekiende verdeling van de absorptie over de ruimte nog extra bijdragen. Onderzoek heeft aangetoond dat de invloed klein is zodat een architect zich over het algemeen vrij kan voelen om naar bevind van zaken te handelen. Als er aparte hoeken worden ontworpen, zoals in figuur 3, heeft het wel zin om absorptie te concentreren bij de bron. De hoeveelheid geluid die naar buiten treedt is dan iets lager.

Het doet theoretisch ook niet ter zake of de geluidabsorptie wordt aangebracht op vloer of plafond. Echter, in de praktijk is de dikte van het absorberend materiaal en de absorberende eigenschap zeer belangrijk en dan is vloerbedekking sterk in het nadeel ten opzichte van een absorberend plafond; vloerbedekking van een paar cm dik wordt in kantoren zelden toegepast. Het mooiste is (akoestisch gezien) om ze beide tegelijkertijd toe te passen.

 

 


[1]     Het open kantoor is overigens veel ouder. Eeuwenlang werd het medewerkers in een zo'n kantoor simpelweg verboden om te spreken; telefoons bestonden nog niet. Een interessant fenomeen van halverwege de twintigste eeuw is de typekamer. Veel ratelende machines maakten het spreken onmogelijk.

[2]     In een dode kamer gaat het om respectievelijk 54 en 48 dB op 1 en 2 m. Rekening houdend met wat reflecties tegen de wanden komen we in het kantoor op 56 en 52 dB

[3]     Uiteraard zijn de getallen afhankelijk van het aantal bronnen en de luidheid per bron.

[4]     Maar dan laten we het Lombardeffect ( twee pratende mensen gaan harder praten bij meer lawaai) buiten beschouwing.

[5]      Schermen kunnen aan de absorptie in een ruimte bijdragen waardoor het geluidniveau daalt. De gebruikelijke schermen hebben echter zo'n dun laagje absorptie dat dit effect klein is.

[6]     Gegevens zijn onder andere gebaseerd op nog ongepubliceerde metingen van Konca Saher en schaalmodelmetingen van Mehmet Yuce.

 

 

site search by freefind